Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
250 VEETIK. VOKM VAN HET IBEBISCHE SCHIEEEIL. § 51.
de lage Cevennes verbonden lid van 't Alpenstelsel moeten be-
schouwd worden, vormen eene smalle, weinig getakte bergketen
tusschen den Atlantischen oceaan en de Middellandsche zee,
tusschen de laagvlakte van Zuid-Frankrijk en het Ebro-dal. Zij
bestaan uit twee hoofdketenen : eene zuidelijke (Spaansche, de
westelijke Pyreneën) en eene noordelijke (Fransche, de oostelijke
Pyreneën) keten, die beiden in de hoofdrigting van 't westen
naar 't oosten loopen ; de eerste is de oostelijke voortzetting
van het Cantabrische gebergte, waarvan zij door eene diepe in-
zinking gescheiden is. Bijna in het midden tusschen de twee
zeeën ontmoeten de beide ketenen elkander zóó, dat zij een
eind ver naast elkander (op een afstand van 3—4 mijlen) voort-
loopen en door takken verbonden zijn; daarom is ook dit ge-
deelte, de Midden-Pyreneën — het brongebied der Ga-
ronne— het breedst (15 mijlen); de West-Pyreneën (tot
de Bidassoa) en de O o s t-P y r e n e ë n (tot aan de Middelland-
sche zee) zijn maar half zoo breed.
Er doet zich tusschen de noordel ij ke en zuidel ij ke helling
der Pyreneën een wezenlijk verschil voor in temperatuur, rijkdom aan
water en derhalve ook in plantengroei; wel strekken zich de afzonder-
lijke gewesten der kultuurplanten aan de zuidzijde meer dan 300—400'
hooger uit en begint het gewest van de eeuwige sneeuw op de zuidzijde
700' hooger, maar de steile helling van deze zijde en vooral de geringe
voorraad van water, verbonden met de verzengende znidewinden, maken
dat de bebouwing der noordzijde, welker talrijke beken en rivieren ge-
deeltelijk door de eeuwige sneeuwvelden en gletschers gevoed worden,
de zorgen des landmans beter beloont.
Wanneer men de Pyreneën met de Alpen vergelijkt, ontwaart
men veel verschil niet alleen in de breedte en den vlakte-inhoud
(1300 □ mijlen) van de geheele keten, maar ook in de hoogte
der toppen: de Montperdu (10482') en de Maladetta (de Pic Ne-
thou 10722') blijven ver beneden de hoogste Alpenkruinen (4000'),
terwijl de gemiddelde kamhoogte (8000') bijna gelijk staat. Beide
hooggebergten hebben huime hoogste verhevenheid in 't midden,
maar de Alpen in 't oosten; de Pyreneën in 't westen hunne gering-
ste hoogte. Verder verliezen het de Pyreneën tegen de Alpen wat
verscheidenheid, schoonheid en pracht aangaat, omdat zij geen
lengtedalen, geen bergmeren en weinig diep in de bebouwde dalen