Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERTIK. VORM. VAN IIET IBERISCHE SCHIEREIL. § 51. 249
eilandvorraig karakter, daar de landgrens 56 mijlen) naau-
welijks van den geheelen omtrek (476 mijlen) bedraagt; ja,
het zou een volkomen eiland wezen, indien de oppervlakte der
zee 500' hooger was en de laagvlakte aan den noordelijken
voet der Pyreneën tot een tweede kanaal maakte. Zoo vormt het
een hoog natuurlijk bolwerk , dat niet minder steil in zee , dan
iu de laagvlakte van Zuid-Frankrijk daalt. Het gebrek aan
diepe inhammen, en dus aan schiereilanden, geeft eene groote
eenvormigheid aan de kust, en de kustlengte (420 mijlen) is in
verhouding tot de oppervlakte (10 700 Q mijlen) zeer gering
(1: 25). AUeen de oostkust is eenigermate gebogen en heeft
tevens eenige eilandvorming.
Ve rti k ale v orm.
Heeft reeds de horizontale vorm van 't schiereiland door ge-
brek aan diepe insnijdingen der zee en aan eilandvorming
eenige overeenkomst met Afrika in 't algemeen , de vertikale
vorm doet in 't bijzonder denken aan de zuidelijke helft van
Afrika (Hoog-Afrika) door de zameuhangende plateauvormige
verheffing van het grootste deel der oppervlakte, de steile ter-
rashellingen der randgebergten, den smallen kustzoom, en de
geringe bevaarbaarheid der plateaustroomen. Wanneer wij de
kuststroomen niet mede rekenen, is de vertikale vorm zeer symme-
trisch ; want de oppervlakte bestaat uit
twee hoogvlakten als hoofdmassa, die door
twee laagvlakten van
twee hooggebergten gescheiden, door
twee randgebergten begrensden door
een s c heidi n g s ge b e rgt e van elkander gescheiden
worden.
De drie laatste bergketenen bevinden "zich op den rug van het
plateaulandschap.
a. De beide hooggebergten: de Pyreneën in 't noorden
en het nog hoogere gebergte van Granada of van Hoog-
Andalusië in 't zuiden zijn schiereilandvormige raassa's.
aa. De Pyreneën, die geenszins als een afgelegen, door