Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
siciLië. 50. 143
ste en grootste eiland (497 Q mijlen; met 2 J/1 millioen
inwoners) der Middellandsche zee, vormt eene voortzetting van
Italië, waarvan het gescheiden wordt door de naauwe straat
van Messina, en maakt den overgang uit van Europa tot
het naburige Afrika. liet is aan drie zijden door groepen klei-
nere eilanden omgeven : in 't noorden door de (met vulkanische
kegels bedekte) Liparische, in 't westen door de Egati-
sche eilanden, in 't zuiden door de aan Engeland behoorende
Malta-groep. Alleen langs de noordzijde van Sicilië loopt
eene zamenhangende bergketen, die geen algemeenen naam heeft;
naar het noorden loopt zij steil in zee af, terwijl zich in 't zui-
den heuvelachtige hoogvlakten aansluiten, die bijna het geheele
overige deel van 't eiland innemen en naar de zuid- en oost-
kust allengs dalen. De oostzijde is vulkanisch; de reusachtige
kegel van den Etna of Monte Gibello (van het Arabisch
„Dschibel" = berg) verheft zich tot in het gewest van de
eeuwige sneeuw (10 500' hcJog, met een grondvlak van 20 mij-
len in omtrek), heeft geen gemeenschap met de naburige berg-
keten, maar ligt afgezonderd, gelijk de Vesuvius.
Behalve den hoofdkrater (op den hoogsten top), die % ^^^ i^ omtrek
heeft, telt men verscheidene honderden kleine kraters, kegelvormige, afge-
zonderde kleine bergen met trechtervormige verdiepingen. Even als bij
den Vesuvius bevindt men ook hier, dat de met vulkanische asch gemeste
grond bijzonder vruchtbaar is; daarom behooren ook destreken aan den
voet van den Etna, vooral bij de vlakte van Catania, benevens de kleine
kustvlakten aan de noordzijde (bij Measina, Palermo, Trapani) tot de best
bebouwde en meest bevolkte deelen van het eiland. Het plateau van het
binnenland daarentegen doet ons door zijne dorre, steppenvormige gesteld-
heid aan de hoogvlakte van Kastilië denkeu.
De belangrijkste steden van Sicilië zijn: a. Op de noord-
zijde: de hoofd- en universiteitsstad Palermo (186000 inwon.)
aan den voet van den Monte Pellegrino; door den plautengroei
(hier en daar palmen) en den Saraceenschen stijl der gebouwen
heeft zij een bijna Oostersch aanzien; en Trapani opeen schier-
eiland, beide met eene voortreffelijke haven; Op de oostzijde:
Messina (94000 inwoners), dat (1783) door eene aardbeving bijna
geheel verwoest, doch fraaijer weder opgebouwd werd; de uit lava
gebouwde universiteitsstad Catania (01000 inwoners) aau deu
16*