Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
8 HET WATER. DE WERELDZEE. § 2.
die lijnen (isothermen), waardoor de punten verbonden worden,
welke eene zelfde gemiddelde jaarlijksche temperatuur hebben,
geenszins overeen met de parallellen, maar zijn onregelmatig
gebogen en raken plaatsen van zeer verschillende geographische
breedte. Die lijn, welke de warmste punten der verschillende
meridianen verbindt, heet warmte-equator en wijkt dikwerf aan-
zienlijk af van den geographischen equator.
Plaatsen, die onder de zelfde isothermen liggen, en dus de zelfde ge-
middelde jaarlijksche warmte hebben, kunnen nogtans eene verschillende
gemiddelde zomer-en winterwarmte hebben; de eerste wordt aangeduid
door de isotheren, de laatste door de isochimenen, die noch met
elkander, noch met de isothermen parallel loopen.
2. Het water is deels stroomend in bronnen, beken,
rivieren, stroomen, deels stilstaand in meren en zeeën. De
overige vormen, w^aaronder het water voorkomt, kan men van
de z e e onderscheiden door de benaming van 1 a n d-w a t e r e n.
Tusschen beiden wordt door den dampkring een omloop te
weeg gebragt, terwijl de landwateren grootendeels naar de zee
stroomen, maar daar in dampen overgaan, die zich gedeeltelijk
weder in landwateren oplossen.
a. De wereldzee of de oceaan is eene zameuhangende
Avatermassa, welke de diepste inzakkingen der aardkorst vult en
het land (vastland of kontinent en eilanden) van alle kanten
omgeeft. Maar even als zij het land begrenst, wordt zij op hare
beurt door het land begrensd : oever, kust, strand; en
even als de afzonderlijke deelen van het vastland door haar ge-
scheiden worden, brengt zij ze ook weder zamen door middel
der scheepvaart. Door voortdurende aanvallen op de grenzen
van het vastland heeft de zee veel inhammen gevormd, die naar
hunne verschillende grootte b o g t e n (fiorden), of als zij iets
grooter zijn, baaijen heeten. Groote buigingen der zee land-
waarts in krijgen den naam van ze e b o ez e m s (golf). Zij heeft
ook door middel van talrijke doorbrekingen of zeeëngten,
straten, sonden, groote streken lands in binnenzeeën
veranderd.