Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
PLANTENGROEI EN BEVOLKING VAN ITALIë. § 50. 233
grootste gedeelte van de voorketen der Apennijnen tusschen deze beide
rivieren bevatten, een vroeger sterk bevolkt kuUuurland, gelijk men
nog kan zien uit de puinhoopen der oude steden; h. de Romein-
sche Maremmen met de door zacht glooijende heuvels afgebro-
ken Romeinsche vlakte, waarin Rome ligt, en de Pontijnsche,
door lage heuvels van de zee gescheiden moerassen (4—5 mijlenlang,
1—2 mijlen breed), tot welker afwatering een kanaalstelsel werd aange-
legd , dat nogtans weinig gevolg heeft gehad; c, de N a p e 1 s c h e M a-
remmen (van Salerno zuidwaarts tot aan de ruïnen van Pestum) ko-
men overeen met de Campagna van Rome door hunne ongezonde lucht,
eenzaamheid en woestenij , maar overtreffen ze door een rijkeren, meer
zuidelijken plantengroei.
Terwijl op de westzijde van het sehiereiland groote landstreken
door de slechte lucht woest zijn geworden , wordt de bebouwing in
geheele provinciën verhinderd door gebrek aan besproeijing, wat
vooral plaats heeftin Apulië, waar behalve den Ofanto niets dan
beken gevonden worden van ééne mijl lengte, die onmiddellijk van
de bergen in zee vallen.
Plantengroei.
Het Italiaansche schiereiland heeft ten gevolge der groote ver-
scheidenheid in de opheffing van den bodem alle vier de bovenge-
noemde (zie bl. 198) vertikale gordels voor den plantengroei. Toch
ziet men zoo wel den alleen natuurlijken als den door kuituur ver-
hoogden en veredelden plantengroei in zijne volheid en pracht
slechts in enkele door hunne ligging bijzonder begunstigde streken,
terwijl verreweg het grootste gedeelte der Kalk-Apennijnen zeer
spaarzaam bedeeld is. In den laagsten, altijd groenen gordel krijgt
het land een eigenaardig aanzien door den algemeen verspreiden olijf-
boom; hierbij steken op zich zelf staande hoog opgaande pijnboomen
met hunne breed getakte, boven afgeknotte kroon en eenige groe-
pen van cypressen zeer af. De hooger liggende gewesten (hooger dan
1200') doen denken aan de streken van Midden- en Noord-Europa.
Bevolking.
De digtheid van bevolking in Italië (4600 op I □ mijl)
is het grootst in den kleinen staat S. Marino en Lombardije
(7300), het kleinst op het eiland Sardinië (naauwelijks 1300). Ita-
lië heeft betrekkelijk veel plaatsen, waar zich eene belangrijke
bevolking in groote en kleine steden heeft bijeen getrokken, wat
men kan beschouwen als een gevolg gedeeltelijk der talrijke kleine
staten in vroeger tijden, gedeeltelijk (vooral in 't zuiden) ook der