Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
232 DE APENNIJN-STKOOSIEN EU DE MAEEMHEN. § 50.
grootste breedte (35 mijlen) tusschen Ancona en Piombino. De middenste
Apennijnen ziju niet alleen de breedste, maar ook de hoogste (in dt
hoofdketen tot 6700); het hoogland der Abrnzzen is zoowel door
zijne volstrekte verheffing (in den Gran Sasso d'Italia 8882') als door
zijne veelvuldige en plotselinge afwisselingen in de oppervlakte het meest
uitkomend gedeelte van het geheele gebergtestelsel.
De A p e n n ij n-s t r O O m e n en de M a r e m m e n.
Dewijl de Apennijnen het gewest van de eeuwige sneeuw
niet bereiken en geene gletschers en ijsvelden bezitten, zijn de
rivieren, die er haren oorsprong hebben, gedurende een groot
gedeelte van het jaar zeer arm aan water en droogen des zo-
mers bij de weinige hoeveelheid regen, die er dan valt, gedeel-
telijk op. Die op de oostzijde stroomen meest door dwarsdalen
met sterke helling en bereiken na een korten, maar snellen, dik-
werf wilden loop de zee. De rivieren op de de westzijde, vooral
de Arno en de Tiber, daarentegen krijgen een längeren
loop en daardoor ook een meer belangrijken waterschat, naar-
dien zij meestal eerst door lengtedalen stroomen, evenwijdig met
de keten van 't hoofdgebergte en onmiddellijk aan haren voet,
en dan door middel van dwarsdalen de voorketen doorsnijden
om de kust te bereiken.
De Tiber, de aanzienlijkste rivier van 't eigenlijke schier-
eiland, wordt eerst eenige mijlen boven Rome bevaarbaar voor
kleine vaartuigen. Bij Ostia verdeelt hij zich in twee mondings-
armen, van welke alleen de noordelijke kan bevaren worden. On-
der de zijdalen is dat van den Teverone (Anio), die uit het Sa-
bijnsche gebergte komt, door zijne schoonheid in landschappen
en de hieraan verbonden historische herinneringen bekend.
De Maremme,n zijn moerassen der beneden-stroomgebie-
den, vooral van de kustlandschappen, ontstaan door aanslibbin-
gen en zandlagen, die de uitstrooming der talrijke kleine berg^
wateren gestremd of afgesneden hebben. Het zijn woeste vlak-
ten, waar geen menschen wonen. Alleen komen er eenige her-
ders met hunne talrijke kudden uit de hooge Apennijnen om
gedurende den winter voeder eu eene zachtere lucht te vinden.
Men onderscheidt: a. de Toskaansche Maremmen, die niet
alleen den kustzoom tusschen de Arno- en Tiber-monding, maar ook het