Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET APENNIJNSCHE SCHIEREILAND. § 50. 331
Uisschen het smalle, oostelijke en het breede, westelijke bekken
der Middellandsche zee door de Apennijnen, eene tamelijk breede,
niet steile keten met korte takken op beide zijden, die evenals
de Alpen zich in drie deelen splitst: de noordelijke , de mid-
denste en de zuidelijke Apennijnen.
aa. De noordelijke Apennijnen zijn door den Col di Tenda
met de ZeeAlpen verbonden en loopen in een boog langs de zee-
kust (als Ligurische Apennijnen), vervolgens in 't noorden langs
het breede Aruo-dal (als Toskaansche of Etmrische Apennijnen)
tot aan de bron van den Tiber. Dit gedeelte van de Apennijnen is
smal, zonder zijtakken en laag (3000—5000'). Het vormt een scher-
pen scheidsmuur tusschen de natuur van Opper-Italië en de zuide-
lijker deelen van het schiereiland, vooral in den plantengroei, die
aan de noordelijke helling nog bijna de zelfde is als aan den zui-
delijken voet der Alpen, tei-wijl daarentegen aan de zuidelijke, die
naar den zeekant steil aflielt, zich reeds de kweekerij van den
olijfboom uitbreidt.
hb. De middenste Apennijnen loopen in eene zuidelijke
rigting digt langs en parallel met de kust der Adriatische zee,
van de bron des Tibers tot aan die van den Volturno, en verdeelen
zich zuidwaarts in twee ketenen, die het hoogland der Abruzzen
insluiten en zich dan weder tot één hoofdrug vereenigen. De ooste-
lijke keten daalt onmiddellijk naar de Adriatische zee, maar de
westelijke heeft, zoowel voor als na de splitsing, voorketenen van ge-
ringe hoogte en is door de laagvlakte der Campagna van Rome
en de kustvlakte der Pontijnsche moerassen van de zee gescheiden.
cc. De zuidelijke Apennijnen beginnen bij de bron van den
Volfumo, verwijderen zich steeds meer van de oostkust en loopen
als hoofdketen over de zuidwestelijke landtong tot aan kaap Spar-
tivento, terwijl de zuidoostelijke landtong door lage, geïsoleerde ber-
gen en heuvels doorsneden wordt, die maar weinig met de Apen-
nijnen in verbinding staan. Aan beide zijden van de hoofdketen
ligt, zoowel in 't westen als in 't oosten, eene aanzienlijke vlakte:
in't westen de Campauische aan de golf van Napels, waarop
zich de rondom vrijstaande vulkaankegel van den Vesuvius (3510 )
verheft en in 't oosten de Apulische aan de golf van Manfredonia,
waarop zich de geïsoleerde Monte Gargano bevindt en eene in de
Adriatische zee uitspringende landtong vormt.
De kleinste breedte (4 mijlen) hebben de Apennijnen digt bij het be-
gin (in Ligurië) en niet ver v»n het einde (aan de golf van Squillace); de