Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
230 HET ITALIAANSCHE LAAGLAND. § 50.
overstroomingen veroorzaken zouden, zoo niet zulke kunstmatige
vaarten den overvloed afleidden en tot zegen des lands verdeelden.
De kust der Adriatische zee, van den mond der Isonza tot
aan de lagune van Ravenna (over eene uitgestrektheid van 34 mij-
len), is door moeraslanden (meestal over eene breedte van 1—2
mijlen) omzoomd en door deze van de zee gescheiden. Deze eigen-
aardige vorming is ten deele een gevolg van de Alpen-rivieren, ten
deele van de hoofdzakelijk tegen deze kust gerigte strooming der
zee, die een reeks van eilandvormige zandduinen heeft doen ont-
staan. Van deze moeraslanden verschillen de lagunen, d. i. ondiepe
gedeelten der zee, die dagelijks tweemaal door den vloed, welke
door de duinropeningen en talrijke kanalen binnendringt, bespoeld
worden. Uit de lagunen verheffen zich kust-eilanden (lidi)^ waarop
men dorpen aantreft. Zij worden gedeeltelijk door eene reeks smalle,
lang gerekte zand-eilanden van de zee gescheiden, gedeeltelijk door
verbazend groote gemetselde dijken (murazzi) tegen stormvloeden
beschermd.
Bebouwing. De wijde vlakte tusschen de zuidelijke helling der Al-
pen en de noordelijke zijde der Apennijnen, begunstigd door een hoogst
vruchtbaren grond, voortreffelijke besproeijing en een zacht klimaat, brengt
alle Europesche en vele Oostersche kultuurplanten voort. Wijn en koorn
(tanve, maïs) gedijen hier naast elkauder op den zelfden grond. Wijn-
gaardranken slingeren zich om de olmboomen of vormen guirlandes van
boom tot boom en beschutten de teedere gewassen van den grond tegen
de brandende hitte der zon. Moerbeziënboomen, langs de wegen ge-
plant, getuigen van de uitgebreidheid der zijdeteelt 1). Geheel verschillend
van dit gewest der beschaduwde velden zijn de rijstvelden en de weiden,
uitgestrekte vlakten zonder schaduw in de laagste deelen des laaglands
met een onbcperkten horizont, over welke, ten gevolge van menigvuldige
overstroomingen (die op de rijstvelden van de lente tot aan den oogsttijd
noodig zijn en dus door sluizen bevorderd worden), steeds eene ongezonde
lucht (aria catti vaj' zweeft, waarom hier, vooral in dePo-dcIta, na dc eer-
ste splitsing van den stroom, en in de eenzame kuststreken tot Riraini, dc
woningen der menschen maar zeer schaars aangetroffen worden.
b. Het Apennijnsche schiereiland.
Het Italiaansche schiereiland heeft zijne lang gerekte gedaante,
alsmede zijn rigting van het noordwesten naar het zuidoosten
1) Tegenwoordig is zij zeer gering, daar de meeste zijdewormen gestor-
ven zijn en de aankweeking nog weinig slagen wil.