Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET ITALIAANSCHE LAAGLAND. § 50. 229
in 't zuiden door de noordelijke Apennijnen, is het aan de vier-
de zijde, in 't oosten, open naar eene druk bezochte binnenzee,
echter met eene betrekkelijk korte, grootendeels onbewoonbare
kust.
Dit effen voorland deelt niet in het maritime karakter van het
eigenlijke schiereiland; de Zee-Alpen en Apennijnen beschutten het
tegen den invloed der zee op het klimaat; daarom heeft dit ook
meer van het vastlandklimaat. Ook in een ethnographisch en histo-
risch opzigt verschilt het groote bekken van 't Po-dal veel van het
eigenlijke schiereiland; in de oudheid werd het in 't geheel niet
tot Italië gerekend en maakte het een der beide Gallien uit. In de
middeneeuwen werd het Germaansch en alleen de gemeenschappe-
lijke taal verbond Lombardije met het schiereiland. Daarbij is de
Po-vlakte door hare horizontale gesteldheid hoofdzakelijk het oor-
logstooneel geworden, waarop de lotgevallen van het geheele schier-
eiland zijn beslist geworden. Want hier toch streden in de oudheid
de Romeinen met de Galliërs, Karthagers en Cimbren, hier zetten
zich Gothen, Longobarden en Franken als veroveraars neder, hier
was menigmaal het slagveld in de twisten tusschen Weifen en
Ghibellijnen, hier ontmoetten elkander Duitschers en Franschen in
de oorlogen, die van het begin der 16de eeuw tot op onze dagen
dikwerf hernieuwd zijn.
Het laagland wordt alleen door twee heuvelrijen van geringe uitge-
breidheid afgebroken, die noch onder elkander, noch met de Alpen ge-
meenschap hebben: de Bericische en de Euganeïsche heuvels (de
eerste bij Vicenza, de laatste bij Padua). Zij zijn een sieraad van de land-
streek, vooral omdat hunne hellingen met een weelderigen plantengroei
prijken en met schilderachtig verstrooide buitenplaatsen bedekt zijn.
Even als het Germaansche laagland (Nederland) heeft ook
het Italiaansche eene bijzonder rijke, door natuurlijke en kunst-
matige vaarten voor scheepvaart en landbouw doeltreffend ver-
deelde besproeijing. Over de beide grootere en de kleinere
Alpenstroomen, die de Lombardische vlakte besproeijen, zie
§ 54.
Behalve de natuurlijke rivierbeddingen heeft het Italiaansche
laagland het oudste kanaalstelsel, zoo wel ter regeling van de
wateren ter dienste van den landbouw als tot vervoer der koop-
waren. Deze kanalen beginnen doorgaans waar de hooge, beschut-
tende oevers der rivieren ophouden en dus bij hoogen waterstand