Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
6 DE LUCnXKKING.
aardoppervlakte. Deze drie elementen of hoofdkrachten in de
schepping, die men kan beschouwen als de organen van het ge-
heel, werken onafgebroken wederkeerig op elkander, terwijl de
twee eersten noodzakelijke levensvoorwaarden zijn voor alle op
het laatste element bestaande organische wezens.
1. De luchtkring, waarvan het onderste deel, dat naar de
beide andere omkleedsels is toegekeerd, dampkring of at-
mospheer heet, bestaat uit Verscheidene gassoorten : (Y-)
zuurstof, (y^) stikstof, koolzuur en M-aterstof. Hij vult alle dee-
len van den aardbol, die niet door de beide andere bestand-
deelen worden ingenomen, en heeft, gelijk de aarde zelf, de
gedaante eener elliptische spheroïde, welke als een holle kogel
de aardoppervlakte tot op eene hoogte van 9—10 mijlen bij
wijze van lagen omgeeft, waarvan de digtheid naar beneden toe-
neemt, omdat zij door het gewigt der hooger liggende lagen in
eene kleinere ruimte worden zamengeperst.
In den dampkring hebben alle zoogenaamde luchtverschijn-
selen (meteoren) plaats, die men iu drie soorten verdeelt:
Cf. waterige of zulke verschijnselen in den luchtkring, die
ontstaan door verdamping van het water, dat zich aan de aardopper-
vlakte bevindt, als: dauw, rijp, nevel, wolken, regen, sneeuw en
hagel;
ö. elektrische, als onweders, weerlichten, het St. Elmsvuur;
c. optische, als regenbogen, heldere, somtijds gekleurde krin-
gen om zou eu maan, bijzounen en bijmanen, noorderlicht, lucht-
spiegelingen (kimduiking, fata Morgana), avondrood, morgenrood,
schemering.
Door storing van het evenwigt in den dampkring, veroor-
zaakt door verschil van temperatuur in onderscheidene streken,
ontstaan bewegingen der lucht, die wij winden noemen.
De wiuden dragen bijzondere uamen:
ten deele naar hunne rigting (aanwijzing door eene windroos);
ten deele naar de sterkte (wind, storm, orkaan);
ten deele naar de regelmatigheid {a. land- en zeewin-
den; b. passaatwinden, die in de tropische gewesten,
vooral' op zee, het geheele jaar door uit de zelfde hemel-
streek waaijeu, en wel ten noorden van den evenaar uit het