Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
BOSNië. BOELGAEIJE. § 49. 219
nen landen; uit dien hoofde was de stad eertijds, toen men nog
weinig diepgaande schepen gebruikte, aanzienlijker.—Neder-Al-
banië (Epirus) werd reeds in de oudheid om zijne wilde, ont-
zaggelijke natuurvormen, de door aardbeving en vulkanische werk-
zaamheid gespleten kalkgebergten met verdwijnende en weder ver-
schijnende rivieren en met meren zonder afwatering als het land
aangezien, waar de ingang naar de benedenwereld was, en daar-
om kregen Epirotische rivieren de namen Acheron en Cocytus. De
hoofdstad Janina ligt in de nabijheid van zulk een meer zonder
zigtbare afstrooming, de havenstad Art a digt bij de golf van
den zelfden naam. Geheele streken zijn woest geworden, even als
die van de Soelióten aan den Acheron tegenwoordig niets dan
rotswoestijn is.
5. Bosnië ontvangt (even als Servië) zijne beteekenis als bol-
werk van Turkije (tegen Oostenrijk) door de digte opeenstapeling
van veelvuldig vertakte bergmassa's. Daarom werd deze betrekke-
lijk sterk bevolkte provincie door de Turksche regering steeds
met bijzondere verschooning behandeld en aan de Bosniërs een
eigen bestuur onder (36) inlandsche hoofden gelaten. De hoofd-
stad Bosna Serai ofSerajewo (70000 inwoners), het mid-
denpunt van den karavaanhandel met Spalato , Saloniki en Kon-
stantinopel, is in 1852 bijna geheel afgebrand. — Sedert 1851 is
Herzegowina of Turksch Dalmatië bij Bosnië ingelijfd.
6. B O e 1 ga rij e, de noordelijke helling van deu Balkan. Ofschoon
dit land reeds van natuur een enkele, verbazend groote, onafge-
broken wal is en de breede Donau aau den voet daarvan door
zijne moerassige laagten een moeijelijk te overschrijden stroom-
slagboom vormt, heeft toch de kunst dezen natuurlijken voormuur,
die sedert de volksverhuizing het tooneel is geweest van bijna
aanhoudende oorlogen, nog aanmerkelijk versterkt door eene reeks
van vestingen aan te leggen, gedeeltelijk langs den Donau, zoo als
Widdin, Nicopoli, Roestschoek, Silistria, gedeeltelijk
langs de Zwarte zee, zoo als Varna, gedeeltelijk in het binnenland,
als Schoemla, aan den grooten weg, die over den Balkan naar
Konstantinopel voert. De residentie van den pacha is Sophia
(50 000 inwoners) op den Balkan.
7. De drie afhankelijke staten.
Eene verblijdende tegenstelling met de door het Turksch beheer
al meer en meer woest wordende overige deelen van het Turk-
sche rijk wordt gevormd door de „Donau-vorstendommen" en