Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
BEVOLK. VAN HET TURKSCHE KIJK. § 49. 215
met liet Turksche volk der oude (iu de 7de eeuw herwaarts geto-
gen) Boelgaren, wier naam zij geërfd hebben. Zij zijn goede land-
lieden, terwijl hunne buren, de Serviërs, krijgslieden en vooral her-
ders zijn.
bb. De Serviërs of Eaitsen (1 mill.), die hun bloed, hunne ze-
den, hun Grieksch-Katholiek geloof, hunne melodieuse taal onver-
mengd behouden hebben.
cc. De Bosniers (1 mill.) namen (sedert de 15de eeuw) met
het Turksche juk ook den Islam aan, zonder hunne christelijke ze-
den te laten varen.
dd. Dc Herzegowinen.
b. Romanen (4 mill.), ten noorden van den Donau. Dit is een
gemengd volk, dat zamengesteld is uit het overblijfsel der oude
Thrakers, uit geromaniseerde Daciërs, Slaven en andere volken en
zich zelf Roemoeni (in't enkelvoud Roeman) noemt, maar door
de Slaven met den naam van W lach en of Wa lach en bestem-
peld wordt. In Moldavië en Walachije vormen zij zelfs uit het oog-
punt vau taal een volmaakt gelijksoortig volk van meer dan 4 mill.
zielen en hebben zich buiten de natuurlijke grenzen der beide vor-
stendommen, de Proet en den Donau, naar alle zijden aanzienlijk
uitgebreid. Hunne taal is bedorven Latijn, dat met Slavische elemen-
ten en geringe overblijfselen van het oude Dacisch vermengd is.
Een bijzondere tak daaiTan zijn de Zinzaren (Makedo-Wlachen)
in Neder-Albanië, Thessalië en westelijk Macedonië.
c. Albanezen (l'/j mill.), door de Turken Arnauten, iu hunne
eigeue (Illyrische) taal Skipetaren genaamd, het eenige wat nog .
van den Illyrischen stam over is. Zij zijn gedeeltelijk Christenen,
gedeeltelijk Mohamedanen. Zij wonen niet alleen in Albanië, maar
ook in Thessalië en andere deelen van westelijk Turkije (alsmede
in Griekenland, zie bl. 221). In de krijgsdienst zijn zij gewoonlijk
Baschi-bozoeks of ongeregelde ruiterij.
d. Osmanen (2 mill.), het laatste volk, dat uit Azië naar Euro-
pa trok. Den naam Turk, waarmede zij in het Christelijk Europa
meestal aangeduid worden, houden zij voor een spotnaam en gebrui-
ken hem alleen voor de met hun stam vensante nomadenhorden,
die in den staat van ruwheid zijn gebleven, zoo als in Turkestan,
enz. Zij leven, behalve in Servië, Albanië en Walachije, door het ge-
heele rijk verstrooid.
e. Grieken (1 millioen), aan den zuidelijken rand des rijks
van Thessalië tot Konstantinopel en op de eilanden, vooral op
Kandia.