Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
214 BEVOLK. VAN HET TURKSCHE RIJK. § 49.
sche land van de beuken van den Pindus tot in het klimaat der
palmen en op de geheele aarde is er geen streek bekend, waar de
verschillende zonen van het klimaat en de plantenwereld zoo snel
op elkander volgen."
Even als er maar weinig Grieksche landschappen geheel van de
zee zijn uitgesloten, mist men ook maar bij weinige den helderen, kla-
ren hemel, die zieh spiegelt in het heerlijke blaauw vau den Archipel.
Nogtans is de bestendige gelijkmatigheid in den atmospheer ver te
zoeken: ruwe winters met onstuimige regenvlagen en diepe sneeuw
wisselen af met eene brandende zomerwarmte. De plotselinge afwisse-
ling van hoog- en laagland, vooral in Morea, veroorzaakt zulke tegen-
stellingen in het klimaat, dat op dc verschillende hoogten des lands
te gelijker tijd de meest versehillende jaargetijden naast elkander
staan.
A. HET TURKSCHE RIJK.
Het Turksche rijk bestaat uit deelen van zuidoostelijk Europa,
zuidwestelijk Azië en noordelijk Afrika. Tot op den Grieksehen
vTijheidsoorlog (1822) bevatte het in 't algemeen de kustlanden
van het oostelijk bekken der Middellandsche zee, de zelfden,
die eens het gebied van het Byzantijnsche rijk uitmaakten.
De bevolking bedraagt naar de nieuwste (1833) sta-
tistieke opgaven, waarop men echter niet veel vertrouwen kan,
in Europa, daaronder begrepen de drie schatpl. prov. 16 J/^ mill.
„ Azië, ,, ,, ,, „ ,, „16 ,,
Afrika 7
„ ,, „ ,, „ „ „ I „
39/^ mill.
Van de Europesche bevolking behoort bijna een derde bij de
drie sehatpligtige provinciën Moldavië, Walachije en Servië
te huis. De digtheid is het grootst in Europa en Egypte.
Volgens afstamming 1) bestaat
1. De Europesche bevolking uit
a. Slaven (7 mUl.) vooral op de noordzijde van't schiereiland;
hiertoe behooren:
aa. De Boelgaren (4 mill.), die tegenwoordig eene Slavische
taal spreken, maar ontstaan zijn uit eene vermenging vau Slaven
z-'
1) G. Lejean, Ethnographie van Europeesch Turkije, 4 Ergiinzungs-
heft zu Peterm. Jlitth., 1861.