Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
verdeel. der aardoppervlakte. § 2. 5
zijn cirkels, die door beide polen loepen en dns den evenaar en
de parallellen regthoekig snijden. De parallel, die op elk
der beide door den evenaar gescheiden halfronden 23%° ten
noorden en ten zuiden van den equator ligt, heet keerkring;
en die, welke op elk der beide halfronden 23'/^° van de noord-
en zuidpool getrokken is, noemt men poolcirkel. De beide
keerkringen (de noordelijke of die van den Kreeft, en de zui-
delijke of die van den Steenbok) wijzen de punten der aardop-
pervlakte aan, waarboven de zon in het zoogenaamd zonnestands-
punt (solstitium) loodregt staat en van waar zij weder terug
keert. Zij zijn de grenzen der heete luchtstreek. De
beide poolcirkels maken de grenzen uit van de gewesten om
de noord- of zuidpool, waarin de langste dag en de langste
nacht meer dan 24 uren telt; deze streken uoemt men de k o u-
de luchtstreken. Tusschen de keerkringen en de poolcir-
kels liggen de beide gematigde zonen. Volgens de paral-
lellen rekent men de geographische breedte (noorder
en zuider) of den afstand eener plaats van den evenaar in de
rigting naar de polen ; de geographische lengte (ooster
en wester) of den afstand eener plaats van den eersten meridiaan
telt men volgens graden op den evenaar. Door de Nederland-
sche aardrijkskundigen wordt gemeenlijk als eerste meridiaan,
die genomen, welke 20® ten westen van de Parijsche sterre-
wacht ligt (ten oosten van het eiland Ferro), door de Engel-
schen die, welke over de sterrewachfc van Greenwich loopt. Hij
verdeelt de aardein een oostelijken een westelijk halfrond.
§ 3.
DE OPPERVLAKTE DER AARDE IN HET ALGEMEEN.
Het omkleedsel van het ligchaam der aarde is van drieërlei
aard: luchtvormig of elastisch-vloeibaar, drupvormig
of druipend-vloeibaar en vast. Dat van de eerste soort, de
luchtkring, omgeeft het geheel, dat van de tweede, het drup-
vormige, of het water omvat het grootste deel (0,73), dat van
de derde, het vaste, of het vaste land, het kleinste deel der