Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
210 HORIZONTALE VORM DER GRXEKSCHE EILANDEN.
De westkust van het schiereiland nadert de overigens met haar
parallel loopende oostkust van Italië tot op een afstand van 5—6
mijlen, terwijl de afstand van den oostelijken uitlooper tot het
daartegen over gelegen Aziatische schiereilend maar 1200 schre-
den (straat van Konstantinopel) bedraagt.
Horizontale vorm.
De zee staat hier in eene drievoudige betrekking tot de ge-
daante van het land. Op de noordelijke helft van het geheele
schiereiland, zuidelijk tot aan den Olympus, wordt het water
door het land overtroffen; op de zuidelijke helft houden de
beide vormen elkander in evenwigt; op de eilanden en de uit
het vastland voortsehietende schiereilanden aan de oostzijde be-
houdt het water de overhand op het land. Deze verschillen
spruiten voort uit de groote verscheidenheid der noordelijke en
zuidelijke helft van 't schiereiland met betrekking tot den ho-
rizontalen vorm. De eerste maakt de breede kontinentale bazis
uit van het geheele schiereiland met eene zeer eenvormige kust-
ontwikkeling aan de Zwarte zee en eene meer ingesnedene aan
de Egeïsche en (in 't N. W. bijna fjordenachtige) aan de Adri-
atische zee. De kleine zuidelijke helft daarentegen, „het schier-
eiland van het schiereiland ," ontwikkelt hare leden door eene
tweevoudige, naar 't Z. telkens sterker uitgedrukte isthmische
vernaauwing (de landengte van Korinthe is op de smalste plaats
maar 1 mijl breed) door middel van twee op beide zijden diep
insnijdende golven (welke?) in eene reeks van drie schier-
eilanden, even als Schotland, zoo dat het oostelijke der drie
Zuid-Europesche schiereilanden, hoe weinig het aanvankelijk
dien vorm ook heeft, zich toch het voUedigst als zoodanig ont-
xvikkelt. Voegt men nu bij die verdeeling in drie schiereilan-
den nog, dat het middenste daai-van (Hellas) zich weder in twee
(Acarnanië en Attika) en het zuidelijke (Morea) zelfs in vier
schiereilanden (door welke golven ?) laat splitsen, dan zal men
zien, dat de kustontwikkeling naar het zuiden steeds toeneemt
en in de Peloponnesus het rijkst (1 mijl kust op 3 Q m.) is, even
als ook de noordelijke helft juist aan de zuidelijke zijde de voor-