Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
204 staatsregeiisg van europa. § 47.
van het werelddeel en tot één millioen menschen, zoodat, met
deze kleine uitzondering, de geheele bevolking tot den vierden
trap, het leven in vaste woonplaatsen, behoort. Maar bin-
nen deze grens is er eeue eindelooze verscheidenheid; want de
groote verscheidenheid in den ledenbouw en de grondsgesteld-
heid van Europa is hoogst gimstig voor den bloei der meest
verschillende bronnen van bestaan: akkerbouw en veeteelt,
mijnwezen, handel, nijverheid en scheepvaart.
Deze, verbonden met de aankweeking van kunsten en weten-
schappen (vooral bij de Germaansche en een gedeelte der
Eomaansche volkeren), heeft aan het kleinste werelddeel zijne
groote meerderheid naar den geest boven alle andere wereld-
deelen verschaft. Als uitgangspunt voor de beschaving der ge-
heele aarde voert het heerschappij over een derde gedeelte der
bewoonbare oppervlakte en over bijna de helft van het geheele
menschdom; want in de andere werelddeelen heerschen de Eu-
ropeanen nog over meer dan 220 mill. mensehen. Aan dit koloni-
s atie-stelsel hebben hoofdzakelijk de West-Europesche volken,
wegens hunne ligging aan zee, eerst de Eomaansche, Portuge-
zen, Spanjaarden en Franschen, deel genomen; doch deze zijn
later door Germaansche volkeren , de Nederlanders en Engel-
schen , overvleugeld geworden. De buitenlaudsche bezittingen
van Engeland beslaan 155 000 Q m. met 194 mill. inwoners.
Evenmin als de Europeanen de beide laagste trappen van
beschaving kennen , zijn zij bekend met de beide onvolmaaktste
vormen der staatsregeling, die op het naauwste verbonden is
met den toestand der beschaving of ontivikkeling. Niet alleen
wordt de aartsvaderlijke regeringsvorm geheel buiten de Europe-
sche beschaving gesloten, maar ook den despotischen vindt men
alleen — en dan nog onder zachtere vormen dan in de onafhanke-
lijke staten van de beide andere deelen der oude wereld — iu het
hoofdzakelijk tot Azië behoorende Osmanisehe rijk. Ook komen
op dit gebied de meermalen aangewezen verschijnselen van ge-
lijksoortigheid in 't geheel bij groote verscheidenheid in de
deelen wederom voor.