Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
godsd. der bevolk. van europa. § 47. 203
wij ook in de godsdienstbelijdeiiis: over 't algemeen eene
groote eenheid, in't bijzonder eene rijke verscheidenheid. Want
terwijl onder de 285 mill. slechts y.^ mill. Heidenen, 8 mill.
Joden en 5 mill. Mohamedanen zijn, en dus Europa niet alleen
bijna uitsluitend monotheistische godsdiensten heeft, maar ook
de Christenen verreweg het grootste getal uitmaken, zoo-
dat men met regt ons werelddeel bij voorkeur den naam van
„christelijk" heeft gegeven, heerscht er toch in de onderdee-
len eene groote verscheidenheid in de belijdenissen en sekten.
De verdeeling der hoofdmassa vau de bevolking naar stam en
taal in drie deelen komt overeen met eene kerkelijke indeeling
in drieën en smelt gedeeltelijk met deze in een; ten minste de
Komaansche bevolking behoort voornamelijk tot de Katholie-
ke, en even zoo de Slavische tot de Grieksehe kerk; de
Germaansche daarentegen is verdeeld tusschen de Katholieke
en Protestantsche kerk. De laatste bepaalt zich bijna tot
Germaansch Europa, daar zij buitendien alleen nog de Finnen,
en een deel der Letten en der Schotten bevat; de Grieksehe, in
getalsterkte der belijders (70 mill.) bijna gelijk met de Protes-
tantsche , bevat, behalve het meerendeel der Slaven, ook de
Nieuw-Grieken en Walachijers; de Katholieke kerk telt dubbel
zoo veel belijders (136 mill.) als elk der beide andere hoofd-
beUjdenissen, want de meerderheid der Romaansche, de klein-
ste helft der Germaansche bevolking , van de Slavische de Po-
len, Czechen en gedeeltelijk de Lithauers met de meerderheid
der Magyaren behooren tot haar.
Zie de afzonderlijke sekten bij de beschrijving der landen.
Is de gelijksoortigheid in het geheel naast oneindige ver-
scheidenheid in het bijzonder reeds zoo groot ten opzigte van
de rassen, de talen en de godsdiensten, nog meer is dit het
geval op het gebied der ontwikkeling en der middelen
van bestaan. De beide laagste trappen van beschaving, het
jagers- en visschersleven, treft men in Europa volstrekt niet
aan; zelfs de derde, het nomadenleven, is beperkt tot de meest
afgelegene, onvruchtbaarste, oostelijke en noordelijke uiteinden