Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
202 veäscheidenheid van stammen in eukopa. § 47.
noordwestelijke: Czechen (Bohemers), Slowaken, Polen;
h. eene zuidwestelijke of Illyrische: "Wenden, Kroaten,
Slavoniërs, Serviërs; c. eene oostelijke, Russen, Euthenen,
Bulgaren.
Deze drie volksgroepen, welke in Europa de overhand hebben
en waarvan de Romaansche en Gennaansche elk Vs, de Slavische
'/s van Em-opa's oppervlakte inneemt, komen aan den voet en in
de dalen der Alpen bij elkander, zoodat deze hoofdstam van Euro-
pa's gebergte tevens het middenpunt der bevolking uitmaakt.
In het verste westen van Europa, en bijna uitsluitend op
eilanden en schiereilanden of in afgelegen bergstreken, vindt
men nog overblijfsels van den eens zoo uitgebreiden Celti-
schen stam (II mill.): de Ieren, Gaelen, (Schotten) Wali-
sers, Bretagners, in 't zuidwesten Basken, in het oostelijk
kustland der Oostzee Lettische volkeren: Lithauers, Koer-
landers, Lijflanders.
De tweede groote familie van den Indo-Europeschen taalstam
of de Semitische is in Europa maar in geringe mate vertegen-
woordigd (Sy^ mill.) door de bijna over het geheele werelddeel
verstrooide (3 mill.) Joden en eenige ('/^ mill.) Armeniërs.
Het Mongoolsche ras heeft twee (of drie?) van zijne
volkstakken naar Europa doen opschuiven, en wel de Finnen
(waartoe ook de Esthlanders behooren?) en de Magyaren
(Hongaren, 5 mill.), beiden in het midden tusschen Germaan-
sche en Slavische bevolkingen. Maar of de Turken ook hier-
toe behooren, heeft men wegens den Kaukasischen stempel van
het in Europa inheemsch geworden gedeelte der Turken-volken
dikwerf betmjfeld; nogtans schijnt deze Kaukasische type door
vermenging met de naast én tusschen hen wonende volkeren
ontstaan te zijn en de oorspronkelijk Mongoolsche afstamming
niet buiten te sluiten. Ten opzigte der taal behooren zij on-
get^vijfeld tot de Tataarsche groep (zie bl. 37), welker wes-
telijke tak ook de Eussische Kalmukken bevat.
Het zelfde verschijnsel, dat zich met betrekking tot stam-
en taalverscheidenheid der Europesche bevolking opdeed, zien