Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
4 GEDAANTE D. AARDE, GROOTTE EN VERD. D. OPPERVL. §
§ 2-
de aarde als een op zich zelf staand geheel
beschouwd.
De aarde heeft de gedaante van een spheroïde, maar die
aan de polen zoo weinig (naauwelijks V300) is afgeplat, dat de
as (1713 mijl) maar 5—6 mijl korter is, dan de middellijn op
den evenaar (1718y. mijl).
De meest popidaire bewijzen voor de kogelvormige gedaante der
aarde zijn: 1) de vooralle plaatsen cirkelvormige horizon; 2) de
ronde gedaante der overige planeten, dus ook van de aarde; 3) de
ronde schaduw der aarde op de maan; 4) de uitbreiding van den
gezigteinder op hoogere standplaatsen (de toppen der bergen wor-
den het eerst verlicht); 5) het allengs zigtbaar worden der nade-
rende voorwerpen (schepen) en het in de omgekeerde orde langzaam
verdwijnen van zich verwijderende voorwerpen; 6) het vroeger in
het oosten dan in het westen op- en ondergaan der sterren; 7) het
verdwijnen van zuidelijke sterrebeelden bij eene reis naar het noor-
den en omgekeerd; 8) de reizen om de aarde, daar men, steeds den
zelfden koers houdende, op het punt van uitgang terug komt.
Vermenigvuldigt men de middellijn der aarde met den om-
trek van den grootsten cirkel, dus met dien van den equator
(1718yg X 5400), dan heeft men de grootte of de opper-
vlakte, die, de afplatting in aanmerking genomen, op 9 J/^ mill.
□ mijlen (9 281 500) gerekend wordt.
Bij de verdeeling der aardoppervlakte dienen: 1. de e v e-
naaa* (equator, evennachtslijn, linie); 2. de parallelcir-
kels; 3. de meridianen of middagcirkels.
De evenaar is die groote cirkel van den aardbol, waarop
de as der aarde loodregt staat. Hij is van beide polen even
ver verwijderd (90®) en deelt den aardbol in een noordelijk en
een zuidelijk halfrond. Evenals elke cirkel wordt hij verdeeld in
360 gelijke deelen, graden genaamd; het 15de deel van zulk
een graad heet geographische (Duitsche) mijl. De parallel-
l e n zijn cirkels, die evenwijdig aan den evenaar loopen en naar
de polen in grootte afnemen. De meridianen integendeel