Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
verscheidenheid van stammen in europa. § 47. 201
Wat betreft de verscheidenheid van stam, dient Europa,
even als Azië (zie § 17) tot bewijs voor het verschijnsel, dat
de meer bevolkte deelen der aarde eene grootere eenheid heb-
ben dan de minder bevolkte. Want zijne talrijke bevolking
behoort slechts tot 2 rassen, en zelfs het grootste deel maar
tot één enkel, terwijl onder de 285 mill. slechts 14 mill.,
dus naauwelijks '/20 'i®*' Mongoolsche ras kunnen geteld
worden, en de overige 271 mill. of tot het Indo-Europe-
sche of Kaukasische behooren. Even groot nogtans als de volks-
eenheid in 't algemeen is, even menigvuldig is de verscheiden-
heid naar stam en taal in 't bijzonder.
1. De bewoners van Europa, die tot het Kaukasische ras
worden gebragt, vormen hoofdzakelijk drie groepen:
a. Eene Grieksch-Romaansche (90 mill.)op de drie zui-
delijke schiereilanden en op de vlakten, die daar ten noorden
voorliggen: die van Walachije, van Lombardije en de Eransehe
vlakte (tot Calais), en gedeeltelijk ook in de Fransche mid-
den-gebergtelanden. Hiertoe brengt men: de Nieuw-Grieken,
Italianen, Spanjaarden, Portugezen, Franschen, Walachijers en
Illyriërs.
b. Eene Germaansche (80 mill.)in het hart van Europa en
de noordelijke schiereilanden, alsmede in Groot-Brittanje. Zij
bestaat uit drie hoofdnatiën: de Duitschers (met de Ne-
derlanders, Friezen, Vlamingen), Skandinaviërs en En-
gelschen.
c. Eene Slavische (80 mill.) in't oosten van Europa, tus-
schen de Adriatische en de Zwarte zee van de eene, de Baltische en
de Witte zee van de andere zijde, ofschoon de Slaven het eenige
Europesche volk zijn, dat zich niet den weg naar de groote zeeën
baande; zoo hebben zij de kusten der Adriatische zee aan de
Italianen, die van de Oostzee aan Germaansche, Lettische en
Finsche, van de Zwarte en Witte zee gedeeltelijk aan Tataar-
sche volksstammen overgelaten. Geen Europeesch volk is op
zulk eene wijde ruimte verstrooid als de Slaven. Deze groep
splitst zich naar de taal insgelijks in drie hoofdfamiliën: a. eene