Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
200 DE DIEBENWERELD VAN EUROPA. § 47.
ken (in Zuid-Europa I tot 1200', II tot 3000', III tot 6000', IV van
6000' volstrekte hoogte tot aan de sneeuwgrens); Midden-Europa
kent maar de drie laatste, Noord-Europa is beperkt tot de twee
laatste.
Nog sterker dan in de plantenwereld is de eenheid vsn
klimaat merkbaar in de dierenwereld. Overal zijn dezelfde
diersoorten over Europa verbreid; alleen de poollanden hebben
eenige eigenaardige soorten : het rendier en den ijsbeer, en in 't
zuiden doen eenige soorten van hagedissen, slangen en Insek-
ten aan de nabijheid der tropische gewesten denken. Ten ge-
volge der bijna algemeene verbreiding van menschelijke kuituur
is de rijkdom aan wilde dieren, vooral iu 't zuiden van
Europa, veel geringer dan in de drie grootere werelddeelen;
des te aanzienlijker is naar evenredigheid de menigte der huis-
dieren, wier volkomenheid wel van het klimaat en den plan-
tengroei, maar niet minder van zorgvuldige kweeking afhangt,
zoo als dit meest het geval is bij het schaap en het paard. Al
worden dus ook in 't noorden en zuiden hoofdzakelijk de zelf-
de huisdieren aangetroffen (alleen het getemde rendier is in
't noorden, het muildier in 't zuiden te huis), dan zijn er toch
in 't bijzondere nog tallooze verscheidenheden. Bovendien wordt
het noorden door het zuiden overtroffen in geslachten en soorten
der dieren, terwijl het eerste het laatste in aantal daarvan
overtreft; vooral zijn de koude wateren van het noorden rijker
aan visch dan de zuidelijke, zoodat de Noordlanders visch naar
het zuiden uitvoeren.
§ 47.
bevolking van europa.
De bewoners van Europa, bijni 285 mill. (1580 op 1 | | mijl),
zijn zeer ongelijkmatig op de met betrekking tot de overige kon-
tinenten beperkte ruimte (van 179 000 Q mijlen) verdeeld. De
digtheid van bevolking is het geringst in 't oosten en
't hoogste noorden (in Rusland 690, in Skandinavië zelfs maar
375 op 1 Q mijl), het sterkst in België (8800), in Engeland
(8000), in Nederland (5600).