Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
watersystemen van europa. § 45. 197
de zoutmeren van 't gouvernement Astrakan) niet mederekent,
zijn er onder de aanzienlijke Europesche meren maar weinig
steppen meren, zoo als het Neusiedler- en Plattenmeer;
de meeste meren hebben in- en uitstrooming door rivieren
(stroommeren) en zijn verdeeld over deze drie gebieden:
1. De Oostzee maakt het middenpunt uit van een bijna
volkomen gesloten krans van meren, wier afstrooming zij op
weinig uitzonderingen na (Havel, Spree) opneemt. Zij liggen ge-
deeltelijk aan de oostzijde van het Skandinavische gebergte en
op het middenste terras hiervan (het Wener-, Wettern- en Mä-
larmeer), gedeeltelijk op de Finsche meervlakte en aan haren
oostelijken voet (hier de grootste: het liadoga- en Onegameer),
gedeeltelijk op den noordelijken landing en aan diens voet tot
Holstein.
2. Het Alpengebergte is insgelijks het middenpunt van
een krans stroom-meren, wier afwateringen naar alle zijden
gaan, terwijl de bovengenoemde meergi'oepen in een enkel wa-
terbekken (de Oostzee) zamenloopen. De meren La go Mag-
giore, van Lugano, van Como, Iseo en Garda, gele-
gen op de zuidzijde aan den uitgang der Alpendalen, zenden
Alpische stroomen naar de Po; het aan den noordwestelijken
voet gelegen meer van Geneve is een verwijd bekken van de
Rhone; in't noorden behooren het Vierwoudsteden-, Zü-
richer- en Bodenmeer, dat van Neufchatel enz. tot
het gebied van den Eijn; de meren op het Beijersche hoog-
land en in het Zout-kamergoed tot het gebied van den Donau;
ook de oostelijke rand der Alpen bevat kleine meren (in Stier-
marken, Karinthië).
3. De stroom-meren in het Schotsche hoogland heb-
ben een Alpisch karakter; die van Ierland gelijken meer
op steppenmeren.
§ 46.
het klimaat en de organische natuur in europa.
Omdat Europa grootendeels in de gematigde luchtstreek ligt,