Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
overzigt van het laagland. § 44. 193
voortzetting der westelijke Alpen, en het Griekse h-M a c e d o-
nisch gebergte met den Hemus of Balkan als eene
voortzetting der oostelijke. Daarentegen staan de Pyreneën,
die zieh in 't westen als grensgebergte tusschen het vastland en
het Iberische schiereiland verheffen, noch met het hooggebergte
der Alpen, noch met het hiervoor gelegen Fransche middengeberg-
te in zamenhang, en evenmin is met de Pyreneën het terrasland
van 't Iberische schiereiland verbonden, dat bestaat uit een dubbel,
door een scheidingsgebergte gesplitst hoogland met randgeberg-
ten, waar in 't zui'den even goed een afgezonderd hooggebergte (de
Sierra Nevada) tegenover staat als in 't noorden (de Pyreneën).
Het Skandinavische hooggebergte (waar^'an de eigen-
lijke Kjölen maar een deel uitmaken) beslaat het grootste deel
van het gelijknamige schiereiland. Groot-Brittanje en Ierland
hebben vooral in hunne westelijke en noordelijke deelen den
vorm van middengebergte.
b. Overzigt van het laagland.
Eondom het bergland van Midden-Europa, van den voet der
westelijke Pyreneën tot aan den Oeral, loopt een onafgebroken
laagland, dat met het verbazend groote laagland van Noord-
Azië verbonden is (tusschen den Oeral en de Kaspische zee) en
hiermede eene enkel door kleine hoogten afgebrokene (1500 mij-
len lange) laagvlakte vormt van de Pyreneën tot bijna aan de
noordoostelijke punt van Azië, op de zelfde wijs, <als een bijna
onafgebroken bergrug van de Pyreneën tot aan den Himalaja
loopt (zie bl. 41). Dit Europeesch-Aziatisch laagland bereikt
in Oost-Eiu'opa en West-Azië, dus in het midden, zijne grootste
breedte, en heeft daarentegen naar de beide einden, in 't westen
en oosten, de geringste breedte.
Het aandeel, dat Europa hierin heeft, wordt door den Weich-
sel in eene grootere, oostelijke en eene kleinere, westelijke
helft gesplitst; de eerste noemt men gewoonlijk de Sarmati-
sche, de tweede de Noord-E uro p es che vlakte, welke
laatste weder verdeeld is in de Germaan sehe of Noord-
pütz, verg. aabdr. 13