Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
192 OVERZIGT VAN HET BERGLAND. § 44.
broken door stroomdalen en laagten, waardoor hij ligter ge-
naakbaar is en beter in het bereik der beschaving valt, dan der-
gelijke vormen in andere deelen. Den vorm van m i d d e n g e-
b e r g t e vindt men in dit werelddeel het meest in Midden- en
Zuid-Europa, gedeeltelijk ook in Noordwest-Europa (Groot-Brit-
tanje), en dan niet alleen op het vastland, maar ook op de
schiereilanden en eilanden; dien van laagland integendeel
in Oost-Europa. Alleen deze neemt gedeeltelijk het karakter van
eene massavorming aan, want hij staat tot het bergland als 5 : 2,
en deze aanzienlijke massa ligt zamengetrokken op het eigenlijke
kontinent, terwijl de leden, de schiereilanden zoo goed als de
eilanden, zoo zeer uit bergland bestaan, dat zij aan het laag-
land maar weinig ruimte overlaten. De eenvormigheid van dit
laagland wordt daardoor verminderd, dat het geene onafgebroken,
horizontale vlakte is, maar dikwerf afgewisseld wordt door hooge
vlakten, heuvelrijen, landruggen of niet rugvormigc landhoogten.
a. Overzigt van het bergland.
Behalve de beide grensgebergten naar de Aziatische zijde,
den Oeral en Kaukasus, heeft het vastland van Europa in
het zuidwesten eene kern van hooggebergte, de Alpen, die in
't westen, noorden en oosten door een krans van m i d d e n g e-
b e r g t e n omgeven is, namelijk in 't westen door het F r a n-
s c h e of w e s t e lij k e middengebergte tusschen Rijn en Garon-
ne, in't noorden door het centrale of Duitsche midden-
gebergte van den noordelijken voet der Alpen tot aan de Ger-
maansche vlakte, in 't oosten van het Karpathische ofoos-
telijke middengebergte tusschen de Hongaarsche en Sarmati-
sche vlakte. Alleen het Duitsche middengebergte hangt onmid-
dellijk met de Alpen zamen, terwijl de westelijke en oostelijke
vleugel van het Europesche middengebergte zoowel van de Alpen
als van het centrale (Duitsche) middenbergland door laagvlakten
gescheiden is. Met deze kern van Europa's hooggebergte han-
gen de gebergten zamen, die grootendeels het Grieksche en
Italiaansche schiereiland beslaan: de Apennijnen als eene