Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
veetikale vorm van europa. § 41. 191
komen nog twee bijzondere: de gedaante der noordelijke
zijde en de gesteldheid en ligging der eilanden. Want
de noordzijde van Europa heeft door de vorming van twee bin-
nenzeeën, de Noord- en Oostzee, alsmede van de diep insnijdende
Witte zee, de aanzienlijke schiereilanden en talrijke eilanden in der
daad veel vooruit boven de weinig getakte noordzijde van Azië,
die van de meer ontwikkelde zuidzijde van Azië door het nomadisch
gebleven Centraal-Azië gescheiden is. — En meer nog dan in de
half gescheiden leden des stams doet zich in de geheel gescheidene,
de eilanden, de gelukkige grondvorming van ons werelddeel voor.
Het zijn geene afgezonderde, moeijelijk genaakbare, voor den land-
bouw hinderlijke rotsen, maar afgeslagen stukken van het vastland,
onder welks bereik zij liggen en stations voor het verkeer en de uit-
breiding der beschaving uitmaken, die, bij de gunstige vorming der
oppervlakte, daar zelfs (Engeland, Sicilië, Seeland) haar zetel heeft
opgeslagen. Door deze eilanden, die het kontinent bijna als wach-
ters omgeven, is het stelsel der tegenkusten niet alleen naar de
ruimte dubbel zoo groot geworden, maar heeft ook inwjudig oneindig
rijker vormen. Zulk eene eilandvorming ontbreekt bij Afrika ge-
heel, en die in het zuiden van Azië is voor het vastland van geen
belang, verg. § 14.
§ 44.
vertikale vorm van europa.
Nog oneindig grootere verscheidenheid dan in de horizontale
vorming der oppervlakte vau Europa doet zich voor in den
loodregten bouw der leden. Even als bij de eerste de aanraking
van het land met de zee het hoogste punt bereikt, zoo loopen bij
de tweede de hoofdvormen der grondsgesteldheid
verbazend sterk door elkander (hooggebergte, midden-
gebergte, laagland, tafelland, terrasland), als de meest kenmerken-
de trek van Europa. Bijna nergens heeft eene overwegende massa-
vorming plaats, gelijk in Azië, dat insgelijks eene rijke plast i-
sche geleding heeft, maar met kolossale .afmetingen der enkele
vormen. In Europa is de plateauvorm maar zeer beperkt;
ook die van hooggebergte komt noch in zulke aanzienlij ke
horizontale uitgebreidheid, noch in zulke belangrijke vertikale
verheffing voor als in Azië en Amerika, en wordt overal ge-