Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
2 VERLICHTING DER AARDE. § 1.
hare beide uiteinden^ de polen. In dit opzigt deelt de aarde
in de matige snelheid der kleinere planeten, die nader bij de
zon staan en iets langzamer om hare as draaijen, terwijl de meer
verwijderde en grootere eene aanzienlijk snellere omwenteling
hebben, want Jupiter, ofschoon zijne middellijn tienmaal groo-
ter is dan die der Aarde, heeft maar 10 uren (Satnrnus even
zoo veel — 10'/^ uur) noodig voor zijne draaijing om de as,
de aarde daarentegen 24 uren (even zoo veel als de veel klei-
nere planeten Merkurius en Mars, en maar één uur meer dan de
bijna even groote Yen as).
Wegens deze minder snelle draaijing om de as heeft de aarde
geringer afplatting dan andere planeten en eene meer kogelvormige
gedaante.
Ook met betrekking tot het aantal b ij p 1 a n e t e n of t r a-
wanten staat de aarde in het midden; want terwijl de ove-
rige kleinere hoofdplaneten volstrekt geen trawanten of manen
hebben, en de grootere van verscheidene (Jupiter 4, Saturnus
8, Uranus 6, Neptunus 2) vergezeld zijn, is er aan de aarde
maar ééne ten deel gevallen, de maan, welker siderische om-
loop in 27 dagen, 7 uren, 43 minuten (de synodische in 29/^
dag) volbragt wordt.
De aarde beweegt zich in eene langwerpig ronde, niet ge-
heel cirkelvormige baan, aardbaan of ekliptika, om de
zon, die zich in het vlak daarvan bevindt. De as der aarde
helt steeds op het vlak der ekliptika met een hoek van
graad en blijft in de verschillende stellingen steeds evenwijdig
aan zich zelf. Bij de draaijing der aarde om de zon blijft zij
steeds in de zelfde rigting naar een vast punt aan den hemel
gewend (de hemelpool in de nabijheid der poolster). Door deze
onveranderlijke rigting der aardas, die schuin op het vlak der
aardbaan staat, komt de aarde in verschillende stellingen tot
de zon. Het gevolg hiervan is de groote verscheidenheid in de
verlichting en verwarming der afzonderlijke deelen
van de aardoppervlakte en tevens in alles, wat van deze beide
voorwaarden afhangt. Tweemaal in 't jaar, den 2 Isten Maart