Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
178 egypte. § 37.
T h e b e. Deze „stad van tempels en paleizen, vol schatten op en
onder de aarde," is rijker dan eenige plek op aarde in grootsche
gedenkteekenen van bouwkunst, wier overblijfselen nog tegenwoor-
dig de geheele breedte (2 mijlen) des dals vullen. Alleen de ruï-
nen van Palmyra en Baalbeck in Syrië kunnen hiermede eenigzins
in vergelijking komen. Verder naar beneden verdwijnen de gedenk-
teekenen der levenden; boven Kairo (bij het oude Memphis) ver-
heffen zich aan de grenzen der woestijn, aan den voet van de Liby-
sche keten, de gedenkteekenen der dooden, de (60) Pyramiden,
in vier hoofdgroepen, waaronder de groep van Gizeh (met drie
groote en zes kleine) de meest beroemde is. Het zijn vierhoekige,
van boven spits toeloopende, dikwerf ook in een plat vlak eindigende
bouwwerken van kalksteen (eenigen uit tigchelsteenen), van zeer
verschillende hoogte (20 —450'), van buiten met hardsteen bekleed en
zelden met opschriften voorzien. Volgens de naauwkeurige onderzoe-
kingen van verschillende reizigers bestaat er geen twijfel meer of zij
hebben gediend tot begraafplaatsen voor de koningen uit de vroegste
tijden. Op de grenzen van Neder-Egypte, boven de vertakking van
den Nijl en niet ver van den ingang naar het dal der afdwalingen, waar-
door de uittogt der Israëlieten naar de Roode zee plaats had, ligt
„het middenpunt van het nieuwe Egypte," Kaïro (240000 inwon.),
de eerste stad der Arabische wereld, de tweede van het Turksche
rijk (na Konstantinopel), eene schepping der middeneeuwen, die
daar kunsten en wetenschappen beoefende, toen Europa nog in bar-
baarschheid verzonken lag, thans nog het centraalpunt voor den
handel van Noord- en Midden-Afrika, zelfs 'met Arabië, en de zetel
van den pacha van Egypte.
In N e d e r-E g y p t e zijn alleen werken uit lateren tijd aanwezig of
ook reeds weder verdwenen. Want even als de kunstmatige waterwer-
ken hier (sedert den tijd van Psammetichus in de 7de eeuw v. Chr.)
groote staten in 't leven riepen, werd door verwaarloozing van het
kanaalstelsel een gedeelte van het eens zoo vruchtbare land weder
in moerassen, een ander in zand veranderd. Aan den kanaalbouw,
door Mehemed-Ali (1819) weder begonnen (het Mahmudi-kanaal
uit den arm van Rosette), heeft Alexandria, op de lage land-
tong van het meer Mareotis, zijne snelle wederopkomst (160000
inwoners?) te danken en gaat nog eene betere toekomst te gemoet
door de voltooijing van den spoorweg over Kairo naar Suez.
Het aloude plan om de Middellandache met de Roode zee door een
kanaal te verbinden, is in den jongsten tijd weder opgevat, en niet, zoo
als in de oudheid, door middel van den Nijl, maar onmiddellijk door de