Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
176 egtpte. § 37.
met sluizen eu sehepmaehines voorziene kanalen aangelegd,
waarvan het grootste, het (45 mijlen lange) Jozefs-kanaal, met deu
Nijl evenwijdig loopt, in het westen met het meer Moeris ver-
bonden is en iu den arm van Rosette uitloopt. Door zulk eene
wijze verdeeling van den vloeibaren vorm over den vasten heeft
het oude landbouwende volk der Egyptenaren het zandige dal uit
eene woestenij tot de voorraadschuur der aarde en het rijkst be-
bouwde land herschapen. Later (tot op de heerschappij der Osma-
nen) verviel door traagheid der bewoners een gedeelte des lands,
gelijk Thebaïs, weder tot woestijn, of werd, gelijk de plassen van
Mareotis, een moerassig landschap.
Beneden Kaïro wordt het dal op eens aanzienlijk wijder, om-
dat de beide bergketenen verder uit elkander loopen en de vrucht-
bare kultuurgrond niet meer tot aan den voet der bergen reikt,
maar op beide zijden door eene woeste strook er van gescheiden
wordt. Hier begint de Nijl zijne deltavorming, terwijl
hij zich (vroeger in zeven, thans) in twee armen verdeelt, waar-
van de noordwestelijke bij Rosette, de noordoostelijke, aan
water rijkere arm, bij Damiette in de Middellandsche zee valt.
Het vlakke land van de delta ligt maar weinige voeten boven
den spiegel der zee en is bij uitstek vruchtbaar. In de vroegste
tijden was deze delta welligt eene golf en werd gevormd deels door
het slijk, dat in de rivieren bezonk, deels door het zand, dat (bij
de meestal heerschende westewinden) uit de woestijn werd aange-
voerd. Het binnenste gedeelte is doorsneden met kanalen (hoofdzake-
uit den arm van Damiette), aan de zeekusten met ten deele uitge-
droogde zoutwater-meren bedekt, die enkel door eene smalle landtong
van de zee gescheiden zijn (zoo als het meer Marioet of Mareotis
in't westeu, Menzaleh in 't oosten); daarom is de kuststreek niet
bebouwd.
Egypte.
Alleen Egypte (bij de Arabieren Masr), „het geschenk van den
Nijl" eu „het wonderland van natuur cn kunst," doet ons onder
alle Afrikaansche landschappen aan de groote rivierdalen van Azië
denkeu. Daar het door eeue landengte en de zeeëu op beide zijden
van deze physisch tot Azië behoort, heeft de oostersche wereld
ook van oudsher eene groote aantrekkingskracht gehad naar deze
wieg vau eene aloude, eigenaardige beschaving, die, in weerwil dat zij