Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
174 de middenloop van den nijl. ntjbië. § 37.
In het door den Nijl en de Taeazze gevormde Mesopotamië, dat de
ouden steeds voor een eiland hielden, lag de staat Meroë, welks
ouderdom waarschijnlijk te hoog geschat is geworden (welligt ontstond
hij eerst ten tijde der Perzische heerschappij over Egypte) en dien men met
even zoo weinig grond voor de wieg der Egyptische beschaving heeft
aangezien, daar deze zich volgens de nieuwste nasporingen (van Lepsius)
niet Nijl-afwaarts, maar stroomopwaarts uitbreidde. Bovendien heeft juist
Beneden-Nubië een „rijkdom van tempels."
Nubië.
Het terrasland vau den Middeu-Nijl heet Nubië, Het zuidelijk
deel ondergaat den invloed van de tropische regens en heeft den
weelderigsten plantengroei (maar geen gezond klimaat); het mid-
denste deel mist het weldadige van dien regen en is daarom,
alsmede door het brandend heete klimaat (in het zand kan men
spijzen koken), eene woestijn zonder het minste water, bijna zonder
eenige oasen of bebouwde plaatsen. In het noordelijk gedeelte,
als de zuidelijke rand van die streek van Afrika, waar het niet
regent, ziet men dikwijls in verscheidene jaren geen dmppel regen
vallen en zelfs de dauw is er een zeldzaam verschijnsel; alleen on-
middellijk aan de oevers van den Nijl is de toestand van den atmos-
pheer gunstiger en wordt eenige landbouw mogelijk.
De bevolking van Nubië (1 mill.?) bestaat uit a, de inboor-
lingen, de Noeba, die zich van de negers onderscheidendoor eene
lichtere (bruine) huidskleur en lang (nooit wolachtig) haar, en
li. uit stammen van Arabische afkomst mill.), meestal no-
maden, even als de inboorlingen. De Islam is de hoofdgodsdienst in
Nubië. De eertijds talrijke kleinere en grootere staten van Nubië,
zoo als Dongola, Schendy, zijn sedert de onderwerping des
lands door Egyptische troepen (1820) te niet gegaan en de staat-
kundige grens van het tegenwoordig Turksche Nubië strekt zich
zelfs tot aan gene zijde van Kordofan en Sennaar (zie bl.
173) uit. De hoofdstad van Nubië is Berber (met welligt 30000
inwoners); maar de grootste stad is Khartoem (40000 inwon,).
Deze is het winterkwartier van aUe in den regentijd terug keerende
reizigers en expeditien en werd eerst sedert het begin der Turk-
sche heerschappij in eene ongezonde streek bij de zamenvloeijing
van den Witten en Blaauwen Nijl aangelegd.
cc. De benedenloop van den Nijl begint na de laat-
ste watervallen bij Assoean (Syene). "Van hier stroomt de eerst
nu bevaarbare, sterke stroom in statige rust en in hoofdzakelijk