Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
de witte ex bläaüwe nijl. de middenl. v. d. kul. § 37. 173
naar het noordwesten eene ziji'ivier van den ßlaauwen Nijl is, maar deze
van het zuiden, uit het Ethiopische hoog-terras (7° noorder breedte)
komt. Nieuwere onderzoekers ^vilden dezen blaauwen stroom doen door-
gaan voor eene zijrivier van den Bahar el Abiad of den „waren Nijl."
Op de westzijde van het tweestroomenland ligt in de verbazend
groote savanne, die zich ten westen van den Witten Nijl tot Dar-
For uitstrekt, het koningrijk Kordofan (met de hoofdstad Obeïd),
dat tot Turkseh-Nubië behoort.
Het bovenste terrasland van den Nijl is door de zamen-
werking van het tropjsche klimaat en de voortreffelijke besproeijing,
ten gevolge der (tot 16° noorder breedte, dus tot op de zamenvloei-
jing der beide bronstroomen zich lutstrekkende) tropische regen-
vlagen, eene savanue met hooge graswouden of tropische loofwoudeu
en op de oevers der rivieren met ondoordringbaar riet- of bamboes-
gewas bedekt. Wouden en rivieren wemelen van kolossale dier-
soorten (krokodillen, nijlpaarden, rhinocerossen, olifanten, giraffen);
talrijke negerstammen in vele kleine, Heidensehe gemeenten ge-
scheiden, leven hier ten deele van de jagt op de rijke dierenwe-
reld of van de vischvaugst en veeteelt, ten deele ook van den
landbouw, en deze hebben vaste woonplaatsen. In het begin der
16de eeuw werd op beide zijden van den Blaauwen Nijl de Ne-
gerstaat Sen naar gesticht, met de hoofdstad van den zelfden
naam; hij strekte zich uit tot op de grenzen vau Abyssinië. Daar-
om wordt thans Turksch Nubië „Paschaliek S e n n a a r" genoemd.
bh. De middenloop gaat van de zamenvloeijing der beide
hoofdarmen tot aan de watervallen van Assoean (Syene) of de
plaats, waar hij Egypte binnentreedt. Op dezen langen weg
loopt hij, na zich tweemaal sterk gebogen te hebben (eens naar
't oosten en eens naar 't zuidwesten), door uitgestrekte woestij-
nen en vormt tien aanzienlijke schietstroomen (de twee laatsten
eerst in Egypte bij Assoean). Door de Tacazze of Atbara
ontvangt hij den aanvoer van bijna alle wateren uit Zuidoost-
Abyssinië, dat echter alleeu gedurende den regentijd hierin
rijk is. Aldus versterkt, kan hij de brandende zandwoestijnen
overwinnen, zonder tot aan zijne monding eene andere zij-
rivier op zijn (200 mijlen) langen verderen loop op te nemen.
In dit opzig-t kan geen ander waterstelsel op aarde met heni
vergeleken worden.