Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET BINNENLAND VAN HOOG-ATBIKA. § 36. 167
den naar 't zuiden ingesloten, in 't zuiden door de kustgebergten
der Kaap-kolonie begrensd, in 't noorden door eene uitgestrekte
boog\ Iakte afgesloten wordt, die naar het noorden tot het laagland
van Afrika daalt. Het tusschen de zachte hellingen van die heu-
velrijen ingesloten bekken verzamelt de wateren van beide zijden
en bevat in zijn noordelijk deel verscheidene groote meren: a) het
Nj as sa-meer, eerst in 1859 door Europeanen bereikt en bij
gevolg, wat ligging en grootte betreft, nog weinig bekend. Dr.
Livingstone onderzocht het in 1863, beschrijft het als stormachtig
en bepaalt de grootte op 225 Eng. mijlen in de lengte en 20—60 Eng.
mijlen in de breedfe. Het zuidelijk einde komt op de kaart over-
een met de gedaante van Italië 1). b) Het meer Tanganyika
(Oejiji, 3—8^ zuider breedte), dat door een gebergte (Speke houdt
het voor 't Maangebergte en schat de hoogte op 6000—8000') ge-
scheiden wordt van het c)meer Oekerewe (Victoria Nyanza, 3553'
boven den spiegel der zee), dat in 1862 door Speke en Grant bezocht
werd en waarvan de noordkust onder den evenaar ligt, schijnt vroe-
ger grooter geweest te zijn dan thans. De uitgestrektheid van dezen
waterplas is echter nog zeer aanzienlijk (35—40 mijl. lang en breed,
met geringe diepte). Uit de nasporingen der genoemde reizigers we-
ten wij thans, dat dit meer, de grootste vergaderbak van den Nijl, de
bronnen dezer rivier bevat, die daaruit zijne hoofdwatermassa ont-
vangt, ofschoon nog andere meren (Luta Nzige, dat door Baker on-
derzocht wordt en 30 mijlen ten noordwesten van het meer Nyanza
ligt) het hunne bijdragen. — Deze groote meren schijnen allen door
rivieren met elkander in verbinding te staan 2).
Naar dit nieuw ontdekte centraal-land, welks bewoners nog geen
vuurwapenen bezitten, hebben de grootere roofdieren, vooral uit
de bebouwde streken van Afrika's zuidpunt, de wijk genomen
en zelfs de woestijn Kalahari (van het kleine Ngami-meer tot aan
de Grauje-rivier) verschaft door hare grasplekken en kruipende plan-
ten, behalve aan geheele kudden antilopen, die weinig water noo-
dig hebben, nog aan eene menigte edeler wild het noodige voedsel.
Maar veel grooter is de rijkdom aan wilde dieren in het noordelijk
en oostelijk gebied, aan de Kalahari grenzend, waar het niet aan
water ontbreekt; daar vooral wemelt het land op beide zijden van
het Zambezi-dal van olifanten, buffels, zebra's enz., en op enkele
plaatsen ook van giraffen en struisvogels.
1) Mitth. 1863, bl. 108.
2) Zie Peterm. Mitth. 1863, bl. 239.