Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE NOORDEL. RAND VAN HOOG-AFRIKA. § 36. 163
door het handeldrijvende volk der Somali, wier verkeer eene nieu-
we vlugt heeft gekregen, nadat het tegenover gelegen Zuid-Arabië
eene nieuwe markt der Engelschen geworden is (zie bl. 123).
3. De noordelijke rand van Hoog-Afrika is enkelaan
de oost- en westzijde bekend; de verbinding der beide zijden
of het midden van den noordrand is nog zoo weinig onderzocht,
dat wij niet eens weten of hij allengs of plotseling tot het laagland
afdaalt; zelfs van bovengemelde oost- en westzijde kennen wij
de naar het binnenland gekeerde helft alleen uit de berigten
der inboorlingen, die op verren afstand zijn ingewonnen.
a. Op de oostzijde wordt de noordelijke rand gevormd
door de (3) teirassen van H a b e s c h (Abyssinië).
Onder de 3 j^crrassen van Habesch is het middenste (4800 tot
9000' hoog), met eene temperatuur gelijk aau die in zuidelijk Spanje
en Italië, het rijkst en vruchtbaarst en bevat de volkrijkste steden.
Op het bovenste terras (9000—13 800' hoog), vooral op het hoogste
plateau, dwalen verbazend groote kudden van ossen, geiten en
langwollige schapen vrij in 't rond; de bewoners dezer hoogvlak-
ten, rijk aan klaverweiden en rogge- en garstvelden, maar arm
aan hout, gaan in huiden gekleed. — Eene fraaije, krachtige, be-
drijvige soort van menschen (Koptische christenen), vlug van geest,
heeft zich, door de natuur des lands als door een bolwerk van
alle kanten tegen de vijandelijke naburen beschut, welligt duizen-
den van jaren in het bezit van hun geboortegrond eu hunne onaf-
hankelijkheid gehandhaafd. Alleen door staatkundige en godsdien-
stige verdeeldheden onder hen werd het later aan de Ethiopische
G a 11 a's en naburige Mohamedaansche volkeren gemakkelijk daar
binnen te dringen. Behalve de kleine Gallastaten, die in de 16de
en 17de eeuw ontstaan zijn, hebben zich uit het oude Abyssinische
rijk acht grootere zelfstandige rijken gevormd. De magtigste
daarvan zijn: in't oosten Tigre aau de bronnen der Tacazze (eene
zijrivier van den Nijl), in't westen Gondar met de gelijkuamige
hoofdstad (in de nabijheid van het Tana- of Tschana-meer), in 't
zuiden Schoa, het zuidelijkste der Abyssinische rijken en tevens
het magtigste (1 mill. Christelijke, Mohamedaansche en Heiden-
sche inwoners).
De noordelijke en westelijke helling vau het Abyssinische
alpenland wordt gevormd door eeu wegens uitgestrekte moerassen onge-
zond en ondoordringbaar woudgewest (gelijk in Bengalen), waar het ver-
11*