Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
KLIMAAT VAN AÏEIKA. § 33. 155
c. iu Noordwest-Afrika: dat van den Niger (beter Isa),
de Gambia en den Senegal;
d. in Noordoost-Afrika: dat van den N ij 1.
In het noorden van het laagland liggen twee gescheiden
berglanden: het hoogland van Barbarije met het
randgebergte van den Atlas en het plateau vau Barka,
die gescheiden worden door de golf van Sydra en de woestijn,
die hier tot aan zee reikt.
§ 33.
HET KLIMAAT EN DE BEWERKTUIGDE NATUUR IN AFRIKA.
Het klimaat in Afrika heeft een zeer eentoonig karakter. Het
geheele werelddeel behoort, even als Australië, tot de zone
van den regen, alleen de hooger gelegene deelen (zoo
als het Kaapland in 't zuiden, Habescli in 't oosten, Soedan
in 't westen, de Atlas in 't noorden) kennen sneeuw, en maar
weinig toppen reiken tot in het gewest van de eeuwige sneeuw,
dat hier hooger schijnt te beginnen, dan in andere deelen der
aarde onder de zelfde breedte.
Verreweg het gi'ootste gedeelte van Afrika (bijna y^) ligt
tusschen de keerkringen, eene uitgestrektheid (41 000 Q mijlen),
die bijna de helft van alle tropische landen der aarde uitmaakt.
De hooge temperatuur, door deze ligging veroorzaakt, heeft
echter niet enkel eene zoo aanzienlijke uitbreiding naar bui-
ten, maar zij neemt ook naar binnen nog meer in kracht toe
dan in de hiermede overeenkomende gewesten van Amerika,
door de weinige aanraking van het vastland met den oceaan,
door de sterkere uitstraling van warmte uit de vlakten zonder
plantengroei en door het gebrek aan vastland-besproeijing. Het
daaruit volgende kontinentale karakter van het vast-
land doet zich gevoelen in de ruwe tegenstellingen tusschen de
grootste dorheid en plotselinge regenvlagen, tussehen aanhou-
dende windstilten en vreeselijke stonnen. Natuurlijk zijn deze
tegenstellingen in de kustlanden minder scherp; het sterkst zijn
ze ten noorden van den evenaar; want de heetste streken van