Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
154 DE LOODREGTE VOHM VAN AFRIKA. § 32.
§ 32.
DE LOODREGTE VORM VAN AFRIKA.
Afrika is door gedaante en verdeeling zijner groote, uitge-
strekte verhevenheden gelijkvormig met de beide andere kon-
tinenten van het zuidelijke halfrond (Zuid-Amerika en Australië) ;
alle drie worden ten oosten en ten westen door hunne hoofd-
gebergten ingesloten en hebben in het midden groote inzin-
kingen.
Hoe meer in het binnenland van Afrika, door den in den
laatsten tijd weder ontwaakten geest van nasporing, de eeuwen
lang ondoordringbare sluijer wordt opgeheven, des te minder
eenvormig, dan men tot hiertoe gedacht had, schijnt de bodem
van dit vastland te zijn. Wel heeft het vlakland (deels laag-
land, deels hoogland) ven-eweg de overhand; maar deze vonn
is niet onafgebroken dooiioopend. Zoowel het laagland in
de noordelijke helft, dat wegens het tropische klimaat en het
gebrek aan regen grootendeels tot eene eeuwige woestijn be-
stemd schijnt, heeft enkele bergen, als in het bijzonder het
hoogland, dat in de zuidelijke helft van het vasteland door
groepen doorsneden wordt, gedeeltelijk met randgebergten om-
geven, en in uitspringende bergruggen uitloopt, gelijk in 't noord-
oosten het Abyssinische terrasland, in het noordwesten
H o O g-S 0 e d a n. De grootste verheffing in het hoogland heeft
men in 't noordoosten tusschen den 1—4° zuider breedte, waar
de Kignea en de Kilimandscharo (21 000'?) het gewest van
de eeuwige sneeuw, hier beginnende op 17 000', bereiken. De
overgang van het hoogland tot het laagland (en vooral ook
naar de smalle kustlanden) wordt gevormd door terraslanden
met waterstelsels, en wel:
ö. in Zuidwest-Afrika: dat van den Gariep of Oranje-
stroom en de Congo of Zaïre;
b. in Znidoost-Afrika: dat van den Liambije 1) of Zam-
b e z i (de naam van den benedenloop).
1) Of de Liambije en de Zambezi de zelfde rivier zij, zie Peterm.
Mitth. 1858, bl. 189.