Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
153 TFEKELDSTAND VAX AFKIKA. § 30.
II. AFRIKA.
§ 30.
WEKELDSTAND VAX AFRIKA.
Wanneer men de vastland-massa der aarde in 3 noordelijke
en 3 tegen deze overliggende zuidelijke kontinenten verdeelt,
doen zich wezenlijke kontrasten voor tusschen de beide soorten
van kontinenten, zoowel in horizontalen als in vertikalen vorm.
Terwijl de noordelijke kontinenten door binnenzeeën, golven
en door dezen gevormde schiereilanden, alsmede door kust-
eilanden rijk zijn in leden en in het binnenland eene gi'oote
plastische verscheidenheid voorkomt, zijn de zuidelijke konti-
nenten massief zonder vele of diepe insnijdingen, arm aan le-
den en arm aan eilanden, en de armoede in den uiterlijken vorm
komt overeen met den innerlijken bouw. Deze eenvormige
gedaante van den grond, verbonden met de ligging
0 p b e i d e z ij d e n V a n den equator, die Afrika in
twee helften verdeelt, welke zich onder de zelfde breedtegi'aden
uitstrekken en in hare verhoudingen ten opzigte van 't klimaat
bijna gelijk staan, heeft in dit werelddeel de geringste ver-
scheidenheid in het op zich zelf zoo eigenaardig n a-
t u u r- en volksleven te weeg gebragt. Noch in de dieren-
en plantenwereld, noch in de volksstammen of in den mensch
afzonderlijk vertoonen zich de individueele ontwikkelingen; de
palm en de kameel ziju gelijkelijk over het geheele wereld-
deel verspreid, de negerstam, met alleen in dialekt verschillende
talen, heeft in aUe rigtingen de overhand (y^ der bevolking).
Alleen daar, waar Afrika's zoom gevormd wordt door Europesche
en Aziatische binnenzeeën, en het kustland tegenover beschaafde lan-
den staat (op welke kusten?), maar vooral in het door trotsche
stroomstelsels gezegende noordoosten, is een individueel kuituurle-
ven ontstaan, tenvijl dit op de overige deelen der noordkust (b. v.
Kartliago) den schijn heeft alsof het er slechts van buiten af is in-
gevoerd, geene diepe wortelen schoot en dus spoedig stierf. — lu
het biimenland van Afrika zijn de aartsvaderlijke toestanden
der menschelijke zamenleving nog aanwezig en zullen zich hier nog