Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
SIBERIC. § 29. 119
macleu ziju heidenen; zelfs de fetiseh-dienst is algemeen verspreid,
ofschoon het Christendom ook hier vooruitgaat.
1. Het hoogland van Siberië.
a. Het Altaï- (d. i. goud-) gebergte bevat den bovenloop der
tweelingstroomen Irtisch eu Ob, die zich in het laagland veree-
nigen en wier waterscheiding gevormd wordt door het Altaïsche
ertsgebergte.
De ontginning der goudmijnen, die eerstin 1844 in het bij-
na onbewoonde Oost-Siberië begon, heeft na eenige jaren zulke goe-
de vruchten opgeleverd, dat de wouden, vooral in het distrikt Jenissei
door talrijke expeditiën, die naar goud zoeken, bezocht worden. In West-
Siberië, iu de mijnen van den Altaï en in den Oeral, wordt insgelijks
deels door wasschen, deels uit mijnen goud gewonnen. De geheele goud.
produktie van Rusland (1443 pud) had in het jaar 1854 eene waarde van
35 mill. gulden.
h. De veel grootere berggroep vau den noordelijken rand vau
Hoog-Azië maakt het Daoerische Alpenlandschap met dc
diepe inzinking vau het groote Eaikal-meer en eene noordoostelijke
voortzetting, het „groote scheidingsgebergte" (Jablonoi-Chrebet).
Het Baik al-me er is het grootste Alpenmeer der aarde (80 mijlen
lang, 8—9 breed) en komt in lengte de Adriatische zee, iu vlakte-inhoud
(700, volgens G. Schweizer 585 □ mijlen) Zwitserland nabij; daarom
wordt het ook door de in den omtrek wonende Toengoezcn „zee" ge-
noemd, cn wel de „heilige zee", omdat zij gebeden tot haar zenden en
offers beloven, ten einde zeker te wezen bij dc overvaart over hare steeds
bewogene oppervlakte. Het hoofdverkeer op dit meer (door middel van
eenspan-sleden) heeft plaats, wanneer het met ijs bedekt is. De volksstam-
men aan het meer Baikal zijn onlangs als „Baikal-Kozakken" tot eene
legerafdeeling georganiseerd geworden, op de zelfde wijze als de stammen
aau den Don en de Zwarte zee.
De Middenpunten van het Xoord-Aziatisch verkeer zijn: a. de
aau den noordelijken uitgang van het Alpenland liggende schoon-
ste stad van Siberië, Irkoetsk, digt bij het meer Baikal (en aan
de Angora, die hier doorstroomt) en b. de aan de Chinesche gren-
zen liggende llussische stad Kjachta, de grootste marktplaats
van Noord-Azië. Op beide markten is de Chinesche thee (in 700
soorten of „familiën") het hoofdartikel van den handel, daar het
verbruik hiervan bij de Aziaten iu niet mindere mate dan bij de
Europeanen is toegenomen.
Het bronucnland van den Amoer, het Daoerische Ertsge-