Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
148 siBERië. § 29.
den bijna onafgebroken bergmuur en wel in het dal vau den Terek.
Eriwau, de hoofdstad in E,ussisch Armenië aan eene zijrivier
van den Araxes, is reeds bl. 129 genoemd.
E. NOORD-AZIë.
§ 29.
SIBERIC
Siberië, de noordelijke rand van Midden-Azië, omvat niet
alleen het Siberische laagland, maar ook ten minste de
helft van den noordelijken rand van Oost-Hoog-Azië,
te zamen 244 000 Q mijlen, dus bijna J/^ van het Aziatische
vastland en anderhalf maal het Europesche (zonder de eilanden).
Het strekt zich over de geheele breedte van Azië uit, van den
Oeral tot aan de Behringstraat en van genoemden noordelijken
rand tot aan de IJszee, en bevat drie "van de grootste stroom-
gebieden der oude wereld: van den Ob met den Irtisch
(65 000 Q mijlen), van den Jenisseï (47 000 Q mijlen) en
van de Lena (37000 []j mijlen), die met hunne groote wa-
teren te vergeefs de onbebouwbare vlakten van het noorden
drenken en naar den ontoegankelijksten van alle oceanen vloei-
jen. Meer dan de helft (%) dezer verbazende oppervlakte is
niet voor den landbouw geschikt en de geheele bevolking
bedraagt maar 4 millioen (in het gouvernement Irkoetsk 35,
in Trans-Baikalië 24, in Kamschatka daarentegen naauwelijks
1 op 1 rj mijl).
Daartoe behooren a. de Kirgizen in de groote steppe ten
noorden vau de Kaspische zee en het meer Aral, tusschen den
Beneden-Wolga en den Boven-lrtisch; b. de Turksch-Tataarsche
volkstammen tot aan den Jenisseï, enz. c'. de Ostiaken aan den
Midden- en Beneden-Ob; d. de Toengoezen aangene zijde van
den Jenisseï; e. de Jakoeten aan de Lena en hare zijrivieren;
ƒ, de talrijke Oost-Siberische stammen (Tschoektsehen, Kor-
jeken, Kamschadalen, enz.). Al deze stammen zijn nomaden en le-
ven van de jagt, de visscherij en hunne rendierkudden. De bewoners
der weinige steden zijn meerendeels Europesche kolonisten, terwijl
iu de mijnen misdadigers werken. Het grootste gedeelte der no-