Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
EUSSISCn TEAKS-KAUKASIÜ. § 28. 147
Deze loopen zamen in 4 rivieren, waarvan er twee op de
noordelijke en twee op de zuidelijke zijde naar tegenovergestelde
rigtingen en zeeën stroomen: op de noordelijke zijdede Koeban
van den Elbroes naar de Zwarte, de Te rek naar de Kaspisehe zee,
op de zuidelijke zijde de kleine Riou (de Pliasis der ouden) naar
de Zwarte en integendeel naar de Kaspisehe zee de aanzienlijke
Koer (Cyrus), die wel niet op den Kaukasus, maar op het Arme-
nische hoogland ontspringt, links de meeste rivieren van de zuidzijde
van den Kaukasus opneemt (dus tot dit gebergte belioort op de zelfde
wijze als de Donau tot de Alpen), terwijl liij regts digt bij zijne
monding den Aras (Araxes, zie bl. 128) uit liet Armenische hoogland
ontvangt.
Even zoo gering als de besproeijing is, is ook de plantengroei; nog-
tans zijn enkele deelen van den Kaukasus met lieerlijke, gedeeltelijk
zeer digte bosschen bezet; in de dalen (vooral van den Phasis) groei-
jen verscheidene ooftsoorten, en de landen van den Kaukasus wor-
den gehouden voor het vaderland van onze appelen en peren.
De bewoners van den Kaukasus (2'/^ millioen?) behooren,
met uitzondering der herwaarts gekomen Tataarsehe stammen, al-
len tot den Indo-Europesehen volkstak. De (7) versehillende volks-
stammen van dit gebied spreken wel is waar zeer van elkander af-
wijkende talen, maar hebben in zeden en gewoonten veel overeen-
komst. Allen zijn door onbeperkten vrijheidszin bezield en vooral
de zoowel door ligehaamsschoonheid als dapperheid uitstekende
Tseherkessen (d. i. hoofdafsnijders) of Circassiërs in het
westelijk gedeelte vau den Kaukasus aan de oostkust der Zwarte
zee. Nog tot op dit oogenblik hebben enkele, hoofdzakelijk Geor-
gische bergstammen 1) de Russische heerschappij niet erkend, en
zij, die het gedaan liebben, bekommeren zicli nog weinig om huime
betrekking als onderdaan.
Voorname steden zijn er in dit bergland weinig: Achalzik,
dat de Turken tot eene der sterkste vestingen vau Voor-Azië ge-
maakt hadden, was tot aan de inneming door de Russen (1828) de
hoofdstapelplaats voor Georgische jongens en meisjes, die van hier
uit vooral naar Konstantinopel verkocht werden. De aanzienlijke
handelstad Tiflis (50000 inwoners) aan de Koer is de hoofdstad
van Georgië of Grusië, de best bebouwde en digtst bevolkte pro-
vincie van Trans-Kaukasië. Van hier uit leidt de eenige pas over
1) De oostersche naam is Goerdschi (naar de rivier Koer?), iu het
Byzantijnseh: Georgiër, Russisch: Grnsiër,
10*