Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
146 CYPRUS. RUSSISCH TRANS-KAÜKASlë. § 28.
Het eiland Cyprus (Kibris) aan de zuidkust wordt naar
de gesteldheid van den grond in drie deelen verdeeld: het
middenste is eene groote, meest woeste vlakte met oosterschen
plantengroei, het westelijke en oostelijke wordt door bergen
(in 't westen den Olympus) ingenomen, die steil in zee afloo-
pen, met Zuid-Europeschen plantengroei.
De akkerbouw staat hier op den laagsteu trap en de bevolking
is weinig talrijk. Het eenig belangrijke vindt men in de oude kust-
steden met haren rijkdom aan gebouwen uit de meest verschillen-
de tijden der oudheid (in Paphos) cn der middeneeuwen ^in Ea-
magusta). De tegenwoordige hoofdstad Nik os ia ligt in 't mid-
den in eene groote vlakte, waar zich soms millioenen sprinkhanen
in donkere zwermen nederlaten en allen plantengroei verdelgen.
§ 28.
RUSSISCH TKANS-KAUKASië.
De Kaukasus (= Kaspisehe bergen?) is een Alpen-
gebergteland, dat bij zijn noordwestelijk begin (schiereiland
Tamau) de Zwarte zee van de zee van Azof scheidt, dan langs
de kust der Zwarte zee loopt en met zijne oostelijke helft de
breede landengte tusschen de Zwarte en de Kaspische zee in
de rigting van 't noordwesten naar 't zuidoosten dwars door-
snijdt en hier de n a t u u r 1 ij k e grens tusschen Azië en Euro-
pa vormt (in de oudheid ook de grens der Voor-Aziatische be-
schaving tegen de Scythische barbaarschheid). Uit zijn veel-
getakten, niet afgeronden rug verheffen zich de afzonderlijke
toppen, die hooger zijn dan de hoogste punten in de Europe-
sche Alpen. De Elbroes (d. i. de glinsterende berg, de glet-
scher, 18 500'), waarop volgens de'overleveringen der Armeniërs
de ark van Noaeh het eerst (later op den Ararat) zou geko-
men zijn, steekt boven allen uit. De gemiddelde hoogte is 8000
tot 11 000'; naar de beide einden in 't oosten en westen neemt
de hoogte allengs af, maar in 't oosten wordt de breedte grooter
wegens eene splitsing in twee takken, een noordoostelijken en een
zuidoostelijken. Ten gevolge der meerdere scheui'ingen in den rug
zijn aanzienlijke gletschers zeldzaam en uit dien hoofde de wat e-
ren minder rijk dan in de Alpen.