Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE CENTRALE HOOGVLAKTEN VAN KLEIN-AZië. § 27. 143
schiereiland staat gelijk met den zuidelijken Taurus wat lengte-uitge-
breidheid en diep indringen in het binnenland aangaat, doch moet voor
hem onderdoen in volstrekte hoogte en heeft over het geheel zachtere
vormen. De noordelijke kust bevat alleen in hare oostelijke helft eene
reeks kleine, maar ondiepe en aan stormen uit het noorden blootgestelde
golven.
De centrale hoogvlakte, die zich van den Antitaums
naar het noordwesten uitstrekt, heeft de hoogste (vulkanische)
verheffing van het schiereiland in den Erdschisch of Ar-
geüs (met 12 000' volstr. en 8000' betrekk. hoogte), die aan
de noordwestelijke zijde van den Antitaurus als eene geheel af-
gezonderde kegelgroep midden uit de plateauvlakte van Kap-
padocië opstijgt.
Op de centrale plateauvlakte laten zich 4 hoogvlakten onderscheiden:
1) het plateau van Konia (Iconium) 9f de Ly caonische hoog-
vlakte, de uitgebreidste en zuidelijkste van allen. Men heefter wel geen
boomen, doch zij wordt, uithoofde der schuinschc rigting, te allen tijde
als weg voor karavanen, volksverhuizingen en pelgrimstogten door het
midden vau het schiereiland gebruikt; ten noordoosten van deze 2) de
Kap padocische vlakte, uit welker midden zich dc Argeiis tot bin-
nen de sneeuwgrens verheft, waarom men ze ook het Argeüs-plateau
genoemd heeft. Meer noordoostelijk van deze strekt zich het 3) Boven-
Halys-plateau of de Kappadocisch-Pontische hoogvlakte uit, waardoor
over de geheele uitgestrektheid de Boven-Kisil-Irmak (Halys) stroomt.
Verder westelijk 4)de Galatische hoogvlakte op de regter of weste-
lijke zijde van den Midden-IIalys.
In het westen van Klein-Azië vertoont zich reeds, in plaats
van de doorgaande verhevenheid des bodems, die aan
Azië eigen is en van het oosten naar het westen afneemt, de v er-
heffing van den grond in leden, als overgang tot de plas-
tische gedaante van Europa. Het westelijk derdedeel van het schier-
eiland onderscheidt zich namelijk van de twee oostelijke derde-
deelen inderdaad ^als een laagland, dat door parallelle ketenge-
bergten en diepe dalen rijk in leden is. Dit deel is tot in den
jongsten tijd (1855 in Broessa) onder alle landen der oude
we!reld aan de meeste en vreeselijkste aardbevingen blootge-
steld geweest; vulkanische verschijnselen van allerlei aard geven
hier te kennen, dat de plutonische opheffingskracht, ofschoon