Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
142 RANDGEBERGTE VAN KLEIN-AZië. § 27.
Even als het Iransche hoogland, bestaat ook Klein-Azie (uit-
gezonderd de westelijke zijde) uit eene centrale hoog-
vlakte en een stelsel van randgebergten 1). De randge-
bergten zijn:
a. In het oosten de Antitaurus, d. i. die zware dwars-
keten van den Taunis, die in eene zuidwestelijke rigting tus-
schen de noordelijke golf der Zwarte zee (in Lasistan) en de
golf van Issus loopt en met hare noordelijke en zuidelijke voort-
zettingen de oostgrens van Klein-Azië uitmaakt. Uit de beide
einden van den Antitaurus loopen:
b. de beide kustketenen van den Taurus, of de noor-
delijke en zuidelijke randgebergten van het centrale plateau-
land: het Pontische kustgebergte in 't noorden en de
Cilicisch-Ly cische Taurus in 't zuiden. Beiden zijn vol-
strekt geene zamenhangende ketenen, maar bestaan uit eene
menigte herhaaldelijk afgebroken ketenrijen en berggroepen,
welker (parallelle) hoofdrigting van 't westen naar't oostenis;
zij hebben wel haar vastland-einde aan de Egeïsche zee, maar
afgebroken voortzettingen in zee Aindt men in talrijke eilanden-
groepen..
I)c Cilicisch-Ly cische Taurus begint bij het noordelijk einde
van de Issusche golf (golf van Alexandrette) en eindigt in de zuidweste-
lijke punt van het Anatolische vastland en de daarvoor liggende geberg-
te-eilanden llhodus, Kos, Samos. Aan uitgestrektheid in lengte (110
mijlen) en breedte (25—30 mijlen) staat hij ongeveer gelijk met de
Centraal-Alpeu; hij strekt zich namelijk uit van de kust tot dikwerf diep.
landwaarts in en bedekt de oude landstreken Cilicië, Pamphylië, Lycië,
Carië geheel met een waar (naar de zonzijde gekeerd) Alpengebergte,
waarvan de sneeuwtoppen zich tot 10000' verheffen en de zuidelijke voet
steil naar de zee afdaalt. De zuidkust bestaat uit twee ver vooruitste-
kende schiereilanden (Cilicië en Lycië), die rijk zijn aan havens, maar
gescheiden worden door eene groote golf in de gedaante van een haiven
cirkel; het vlakke kustland, dat hier langs de overhand heeft, is niet
rijk aan havens.
Het Pontische kustgebergte aan den noordelijken rand van het
1) Zie de schets in Petermanu's Mitth., 1860, kaart 14.