Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
WERELDSTAND VAN KLEIN-AZië. § 37. UI
dere Syrische steden uit den tijd der Seleuciden verwant, maar overtref-
fen die van Baalbek zoo niet in ontzagwekkende grootte en fijnheid vaa
werk, dan toch in uitgebreidheid en aantal (nog meer dan 400 staande
gebleven zuilen j het boven het geheel uitstekende, prachtige overblijfsel
van den door Aurelianus verwoesten, maar ook weder opgebouwden vier-
kanten zonnetempel, waarvan elke zijde 700—750' lang was; de rijk ver-
sierde praalgraven of Mausoleën van verscheidene verdiepingen buiten
de stad).
IV. HEÏ SCHIEREILAND KLEIN-AZië (ANADOLië),
VV e r e 1 d s t a 11 d.
Klcin-Azië maakt „de brug der beschaving van Azië naar Euro-
pa," uit, waarmede het geographisch door zijne rijke geleding en
den aard zijner natuurvoortbrengselen verwant is, terwijl het er
tevens sedert de oudste tijden mede in historische verbinding staat.
Als overgangsgebied tusschen het oosten en het westen was het
van oudsher „de strijdplaats eu de buit der volken, die elkander
hier in oorlog en handel ontmoetten." Daar het van drie zijden
door de zee besproeid werd, trad zijn beperkte landruimte door de
Zwarte zee in verbinding met de Scythisch-Slavische wereld, door
de Syrische zee met de Phenicisch-Egyptische, door de Egeïsche
zee met de Grieksch-Europesche wereld. — Even als het schier-
eiland in de oudheid geen naam voor het geheel had, hebben ook
dc bewoners nooit eene gezamenlijke natie uitgemaakt; alle begin
van een zelfstandig politiek leven is spoedig verloren gegaan (zoo
als het Lydische, later het Pontisehe rijk); de uitmuntende ha-
vens, die alle drie de kusten zoo rijkelijk bezitten, werden steeds
minder door inboorlingen dan door vreemden gebruikt en bevolkt
(in de oudheid door Pheniciërs en Grieken, later door de onder
den algemeenen naam van „Eranken" bekende westerlingen).
De plastische gedaante van dit schiereiland, dat in vlakte-
inhoud (10 000 [J mijlen) bijna het Pyrenesche evenaart,
stelt op nieuw, ofschoon op kleiner schaal, den overwegenden
bouw van plateauland op het Aziatisch vastland voor, slechts
met kleinere horizontale en vertikale afmetingen (en niet met
een vastland-karakter, maar overgaande in een zee-karakter),
zoodat het zoowel in betrekking tot de ruimte als tot den uiter-
lijken vorm den overgang uitmaakt tot de Europesche grond-
sgesteldheid.