Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
SYRië EN PALESTINA. § 27. 131
heel in verval (eerst door ontstane moerassen, die het klimaat
verpestten, en door oorlogstooneelen, daarna, na korten tijd weder
gebloeid te hebben, door het slechte Tm-ksche bestuur). Van de
zeven armen, waardoor de vereenigde stroom uitloopt, is er tegen-
woordig maar één bevaarbaar.
II. SYBlë EN PALESTINA.
Syrië, in den ruimsten zin, waarvan Palestina het zuid-
westelijk gedeelte uitmaakt, beeft in het westen tot grens de
Middellandsche waterzee, in het oosten de Arabische zand-
zee en ligt alzoo van het westen en oosten afgesloten. Ten
opzigte van den bodembouw splitst zich geheel Syrië, zoowel in
de rigting van het westen naar het oosten, als van het noorden
naar het zuiden, in drie verschillende deelen. In de eerste rig-
ting namelijk volgen op elkander: a. een smalle, lage kust-
rand, waarvan het middenste deel (het voormalige Phenicic)
zeer rijk is in af- en aanvoerende stroomingen der zee, alsook in
bogten met veel havens (wat alles bij Zuid-Palestina ontbreekt);
b. een lange, met de zeekust parallel loopende (zich 9030' hoog
verheffende) bergrug met de in tegengestelde rigting liggende
lengtedalen van den noordwaarts stroomenden Orontes en den
zuidwaarts vloeijenden .lordaan; c. eene (2000' hooge) pla-
teau vlakte, bestaande uit steppen, met weinige op oasen
gelijkende vruchtbare plaatsen, waarover de groote karavanen-
weg van den Euphraat tot aan de hier digt bij zijnde Middel-
landsche zee loopt.
De verdeeling in drieën in de rigting van het zuiden naar
het noorden, ineen zuidelijk, middenste en noordelijk
Syrië, ontsta^it door de verbazende hoogte van het middenste
gedeelte in den bergknoop van den Libanon, die ver
uitsteekt boven de noordelijke en zuidelijke helling, dus boven het
toegankelijke Orontesland aan de eene en het afgesloten
Jordaanland aan de andere zijde. In deze rigting van't zui-
den naar 't noorden ziet men eene merkwaardige evenwijdig-
heid tusschen de zeekust, de bergketenen en de rivierdalen.
Het lange Syrische gebergte, welks middenste en lioogste
9*