Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
]IET DAL V. D. EUniRAAT EN TIGRIS. § 27. 129
van een afgeknotten kegel, waarvan het sneeuwveld 3000' van zijn top
afhangt; deze blijft zonder eeuwig sneeuwkleed. Aan den voet der beide
bergen breidt zich in 't noorden eu H noordoosten op Russisch gebied het
dal van den Ar axes uit (in de rigting van 't noordwesten naar 't zuid-
oosten), die zich in den Koer stort en met dezen in de Kaspische zee uit-
loopt. Aan eene linker zijrivier van den Boven-Araxes (den Kars) ligt de
Turksche vesting Kars, aan eene andere linker zijrivier (Eriwan) de
hoofdstad van llussisch Armenië, Eriwan, in welks nabijheid een rijk
Armenisch klooster de zetel van den patriarch der Gregoriaansche Ar-
meniërs is.
De Armeniërs zijn het spaarzaamste en bedrijvigste volk van ge-
heel Azië, doch maken, hoofdzakelijk na den laatsten Hussischen
inval, niet meer de hoofdbevolking uit van het naar hen genoemde
land, maar hunne overhuizing onder de meest verschillende volken
van het oosten en westen werd eene ware verstrooijing in de afge-
legenste landen der oude wereld, waar zij zich weder tot afzonder-
lijke gemeenten vereenigd hebben. In hun eigen land zijn zij her-
ders en landbouwers gebleven; in den vreemde drijven zij deu
meest uiteenloopenden handel of houden zich bezig met industrie.
b. Het dal van den Euphraat. Deze rivier ontstaat uit twee
bronarmen: Moerad en Erat; de laatste loopt door de hoogvlakte
van Erzeroem (eene stad met 40000 inwoners). Na de vereeniging
der beide armen breekt hij bruischend, in de grootste krommingen
en met talrijke (300), doch weinig beteekenende schietstroomen, door
een gedeelte van den Taurus en nadert hier de bronnen van den
Tigris (boven Diarbekr) tot op bijna een uurafstauds. Nadat hij
het bergland van den Taurus verlaten heeft, neemt hij eene weste-
lijke rigting, als wilde hij onmiddellijk naar de Middellandsche zee
(die er maar 20—30 mijlen van verwijderd is). Eu juist door dit
naderen tot dat kuituurbekken der oude wereld, verbonden met de
spoedig daarop volgende wending (zuid- cn zuidoostwaarts) naar de
Perzisch-Indische zee is hij tot een waar hjdrographiseh tussehen-
punt geworden voor het oosten en wxsten. Deze beteekenis kan
nog verhoogd worden door eene stoomvaart, waarvan de mogelijk-
heid bewezen is, in verbinding met eene (ten minste reeds ont-
worpen) spoorlijn. In zijn verderen zuidoostelijken loop nadert de
Euphraat steeds meer den Tigris en vernaauwt meer cn meer het
landschap Mesopotamië (gelijk een zandlooper) tot tegenover Bagdad.
b. Het dal van den Tigris. De hoofdbronnen van den Tigris
zijn alleen door eene smalle landengte van den bovenloop des
Euphraats gescheiden. Aanhoudend versterkt door zijrivieren uit het
PÜTZ, VERG. AARDR. 9