Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE ZUID- EN WESTKUST VAN AEABië. § 26. 123
van den laatsten Imam zijn zijne Aziatische provinciën onder
twee zijner zonen verdeeld geworden, terwijl een derde zoon de
Afrikaansche kust van Zanguebar verkreeg, die tot hiertoe bij
Maskate had behoord.
2, Het grootste gedeelte der zeer eenvormige zuidkust
van Arabië aan den open oceaan wordt ingenomen door het
landschap Hadramaut met weinige en nog maar kleine steden;
in het westen ligt Aden, een klein vulkanisch schiereiland met
eene haven van den zelfden naam, het Gibraltar van het dos-
ten, dat de Britten in bezit hebben genomen (1839), om de In-
dische en Arabische wateren en vooral den toegang tot de moei-
jelijke straat van Bab-el-Mandeb (d. i. poort des gevaars) te be-
heerschen. Om voor Aden tot een voorwerk te dienen en de veilig-
heid hunner vestiging volkomen te maken, hebben zij onlangs
(1857) ook het naakte rotseiland Per im 1) (met eene uitmun-
tende haven) bezet, ten einde van hier uit de beste invaart in de
Arabische golfte bewaken.
De ligging van Aden heeft de grootste overeenkomst met de Gibrai-
tarrots, omdat het een geheel rotsachtig bergeiland vormt, dat, even als
Gibraltar, alleen door eene smalle, zeer lage landtong met het vasteland
verbonden is. Ook de vorm der zeer ruime haven doet denken aan die
van Gibraltar; zij verdient ver de voorkeur, wat grootte (eene geheele vloot
zou hier gemakkelijk kunnen ankeren) en veiligheid betreft, boven alle
andere Arabische havens. Sedert 1850, toen Aden tot vrijhaven werd ver-
klaard, is de handel (vooral in steenkolen voor de stoombooten, en in
koffij) verbazend toegenomen.
3. De westkust van Arabië.
ö. Het zuidwestelijk berglandschap Jemen, of gelukkig
Arabië, waar rijk besproeide dalen de edelste \Tuchten voortbren-
gen, is thans een Turksch ejalet (generaal-stadhouderschap) met
twee provinciën (liva's): Mokka en Jemen.
Eigenaardig is hier het groot aantal (200) sterke kasteden, die
in geen landschap van Arabië zoo veel gevonden worden als in
Jemen, waar bergen en kloven tot zulke gebouwen ter verdedi-
ging of voor vermaak vooral aanleiding geven. De meest bekende
1) Zie Peterm. Mitth. 1858, bl. 163.