Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
122 DE OOSTKUST TAN ARABië. § 26.
bië bedreigt de scheepvaart met niet minder gevaren dan de
zuidelijke punt van Dekan (zie bl. 88); hij is bijna even zoo on-
bekend als de oostelijke helling. Het minst is nog de noorde-
lijke rand nagevorscht; het is zelfs nog tmjfelachtig of die wel
bestaat en de helling naar de Syrische woestijn niet veeleer zacht
glooijend is. Het binneidand van deze uitgestrekte ruimte, door
geen enkel stroomstelsel besproeid, is grootendeels dor, arm aan
water, heet en plateauvormig, en wordt door roofzieke nomaden
doorkruisd.
Onder aUe volkeren van Aiië was het Arabische bij voorkeur
nomadisch. Nog tegenwoordig bestaat de bevolking van Arabië
hoofdzakelijk uit rondzwervende Bedoeïnen (kinderen der woes-
tijn), die onder afzonderlijke sheiks, ten deele zonder eenige be-
schaving, in hutten leven, welke met palmbladeren of geitenhaar
gedekt zijn, zich vooral met melk en dadels voeden en met krijgs-
haftige rooftogten bezig houden. Daarom leven zij met andere
stammen in bestendige veten en worden gevreesd door de karavanen.
Over den aanzienlijken handel, die verbonden is met de pel-
grimstogten naar de heilige plaatsen, zie bl. 124. Daarentegen is
Arabië als het ware een negatief middenpunt der industrie;
want hiervan, even als van elk handwerk, heerscht bij de Arabieren
een bepaalde afkeer. Doch van hier uit, zoowel naar het oosten
(over Indië, China tot Japan) als naar het westen (over Egypte,
Europa tot aan de Nederlanden" en Groot-Brittanje), neemt de in-
dustrie in eene klimmende reeks toe.
1. De oostkust van Arabië splitst zich in twee ongelijke
deelen: het kleinere, zuidelijke (het landschap Oman) ligt bui-
ten de Perzische golf, het grootere, noordelijke (terra in-
cognita) wordt door deze golf bespoeld. De ingang tot de golf
is zeer smal (de 4 mijlen breede straat van Ormus) en sedert
duizenden jaren door zeeroovers bemoeijelijkt, totdat in den laat-
sten tijd de Engelsehen om de handhaving der vrijheid voor de
zeevaart de parelrijke eilandengroep der Bahrain, aan gene
zijde van den ingang, bezet hebben. — De zuidoostelijke hoek
van het schiereiland of het landschap Oman vormt het hoofd-
deel der bezittingen van den Imam van Ma skate, die ook
meester is van de tegenover gelegen Perzische kust. Na den dood