Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET HOOGLAND VAN IRAN. § 24. 115
met (gedeeltelijk evenwijdig zich verheffende) randgebergten is,
dat in het binnenland zich nergens gi'oote stroomgebieden kon-
den vonnen, die hunne wateren naar de zee of naar een der
drie naburige stroomen zouden gezonden hebben. Door enkele
bronnen en vele binnenwateren ontstaan vele oasen, welker
bekoorlijkheid nog verhoogd wordt door de haar omringende
woestenij.
Het bakvormig uitgeholde binnenste vau het hoogland splitst
zich in twee bijna gelijke helften, waara an de oostelijke woest, de
westelijke goed besproeid en derlialve bebouwd en bevolkt is. Die
zout- en zandwoestijnen in 't oosten worden afgebroken door enkele
altijd groene oasen, die de omstreken uitmaken vau de binnenste-
den (Herat, Icsd, enz.). De hellingen der randgebergten, nu eens
meer, dan weder minder steil, vonnen terraslanden, met een
droog, heet klimaat, doch bij kunstmatige besproeijing met een
gedeeltelijk weelderigen plantengroei, vooral in 't noordoosten, het
Kaboel-dal, en in 't zuidwesten het Schiraz-dal. Maar vooral wordt
de noordwestelijke rand van Iran door de wateren, die uit de sneeuw-
velden van den Elburs stroomen, in verbinding met de vidkanische
warmte van den vetten grond, zoo vruchtbaar gemaakt, dat hier
aan de kust der Kaspische zee een tropische plantengroei heerscht;
maar bij dit zoo bevoorregte land ontbreken ook de schaduwzijden
niet: menigvuldige aardbevingen, vreeselijke stormen van den zee-
kant, overstroomingen door de plotselinge ontlading van de regen-
wolken, die door de Elburs-keten opgehouden worden, eindelijk in
den zomer doodelijke koortsen. Maar weinige en gedeeltelijk moei-
jelijke passen brengen ons uit de naburige kuituur-gebieden vau
Indië en Babylonië naar het hoogland, en alle aanzienlijke steden
liggen aan den in- en uitgang dezer passen.
Even als in Indië (zie bl 84) maken ook in Iran de afstam-
melingen der oude Ariërs nog tegenwoordig de meerderheid der
bewoners uit, doch zij zijn sterker dan in Indië met vreemde,
vooral Tataarsche elementen vermengd. De weinige Parsen in
West-Iran hebben tevens hunne oude godsdienst getrouw bewaard,
en de Zendavesta is nog steeds het rigtsnoer van hun geloof en
leven.
I. OOST-IEAN
1. Beloedsjistan of Baloedsjistan, de zuidoostelijke
rand van Iran (het oude Gedrosië), is gedeeltelijk eene zandwoes-
8*