Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
114 HET HOOGLAXD VAN IRAN. 5 2i.
en Arabische golf, welke deu regtstreekschen weg tusschen Indië
van de eene. Voor-Azië van de andere zijde vormden; de Egeï-
sche zee, waardoor de westkust van Azië met de kustlanden vau
de Middellandsche zee verbonden is; de Pontus, die het oosten
van Europa toegankelijk maakte en met een krans van bloeijende
koloniën omgeven was; de Kaspische zee, die vroeger van meer
beteekenis was voor Voor- en Midden-Azië dan thans. Deze zoo
veelvuldige aanraking en dit zoo volkomen evenwigt tusschen den
vasten en vloeibaren vorm, het vastland- en het zee-karakter, loopt
bovendien zamen met de grootste som punten van overeenkomst
der drie zameuhangende werelddeelen, met het groote midden (het
middenpunt van beschaving) der oude wereld, met den geboor-
tegrond der voornaamste oudere beschaafde volken.
§ 24.
HET HOOGLAND VAN IKAN.
Tusschen de stroomgebieden van den Indus en den Tigris
verheft zich het hoogland van Iran of de oostelijke helft
van het Voor-Aziatische hoogland en zijne meest zaamgedron-
gen massa, ten noorden door de Kaspische zee en de steppen-
landen van den Oxus, ten zuiden door de Perzische golf en den
Indischen oceaan begrensd. Even als het hoogland van Achter-
Azië, waarmede het door den Hindoe-Koe verbonden is, vormt
het een trapezium, welks lengte van het westen naar het oosten
meer dan 300 mijlen, de breedte in het oosten 200 mijlen, in het
westen daarentegen tusschen de Kaspische zee en de Perzische
golf slechts 100 mijlen bedraagt. Is het groote Oost-Aziatische
hoogland door randgebergten omgeven, bij het kleinere
westelijke ontwaart men het zelfde verschijnsel: in het noorden
heeft men den Paropamisus (de westelijke voortzetting van
den Hindoe-Koe), waaraan zich de EIburs bij de Kaspische zee
sluit, in het oosten het Indisch-Perzische grensgebergte
(of de Soliman- en Kala-keten), in het zuiden eene reeks
parallel loopende bergen, in het westen de berglanden van
Loristan en Koerdistan. Deze randgebergten maken het plateau
tot eene natuurlijke vesting te midden van drie voor de geschie-
denis belangi-ijke laaglanden. Het gevolg van deze omsluiting
mms