Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
112 BEZITTIKGEN VAN ANDERE MOGENDHEDEN. § 23.
zeer bergachtig, heeft hooge rotstoppen en levert sago en ta-
bak.
c. Band a-groep. Deze bevat zeer kleine eilanden, waarvan
het grootste (Neira) naauwelijks 1 Q is. Men telt er 6 wer-
kende vulkanen, die echter geen 2000' hoog zijn. De voornaam-
ste der eilanden zijn: Neira, de zetel van 't Nederlandsch
gezag (7000 inwoners), vrijhaven, Lontor, Ai en Kosin-
gein. De muskaatnoot, die hier te huis behoort, wordt in 33
tuinen aangekweekt.
d. Tot de Oost er-groep behooren de meest oostelijk gelegen
Key- (rijke bosschen), Aroe- (levendige handel) en Tenim-
ber-archipel of Timorlaut, dat uit vrees voor de inwoners
weinig bezocht wordt.
II. BEZITTINGEN VAN ANDERE MOGENDHEDEN.
Portugesche: Het noordoostelijk deel ('/j) van Timor
(bl. 110) is weinig bekend. In het jaar 1860 zijn de grenzen
tusschen de beide hier gezaghebbende natiën bepaald. Nog-
tans hebben de Nederlanders hier nog enkele enclaven.
Engelsche: Serawak, op de noordwestkust van B o r n e o
(bl. 105), van kaap Dato tot kaap Kidorang, over eene lengte
van 300 mijlen, bewoond door land- en zee-Dajakkers. Uit dit
gewest wordt veel antimonium uitgevoerd. De hoofdplaats is
Koetjing met 15 000 (?) inwoners. — Yoor de baai van
Broenei ligt het 3 Q mijlen groote Laboan (bl. 106), rijk
in bosschen, gimstig gelegen met betrekking tot Singapore en
Hongkong. In het noordeinde worden veel steenkolen gevon-
den, die voor de stoomvaart in deze streken van groot be-
lang zijn.
Spaansche: De Philippijnen, zoo genaamd naar den
Spaanschen koning Philips II, onder mens regering de Span-
jaarden ze in bezit genomen hebben. Vroeger droegen zij den
naam naar de hoofdstad Manilla (150 000 inwoners)op het
grootste der eilanden (Luzon). De Philippijnen zijn zeer berg-
achtig en vulkanisch, vooral het genoemde Luzon enMagin-