Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOOKREDE. IX
langrijkste is getracht om in korte trekken, voor de jeugdige fan-
tasie het beeld eener wereldstad te schetsen. Daarentegen is de
beteekenis, zelfs van middenmatige en kleinere steden, die uit
de geographische ligging voortkomt, dikwerf aangewe-
zen, de geographische stelling der voornaamste landen, vooral
van Europa, alsmede de wereldstaiid der aarddeelen in bijzon-
dere afdeelingen ontwikkeld geworden.
De stof heeft de schrijver, zoo als van zelf spreekt, genomen
uit de beste grootere werken, waarin de aangewezen methode
gevolgd werd. Bovendien is het hem mogelijk geweest, een niet
onaanzienlijk gedeelte van den inhoud (zoo als §§ 50, 52.—62
vooral, 65, 66 gedeeltelijk) volgens eigene, meestal herhaalde
aanschouwingen te beschrijven, waartoe hij bij zijne togten door
Midden-Europa en Italië gedurende 2-0 jaren gelegenheid heeft
gehad. De autopsie maakt de beschrijving niet alleert gemafc-
kelijkj maar doet ook een meer helder denkbeeld ontstaan van
gelijksoortige verschijnselen. Bovendien werd de schrijver
bij de keus van de stof door eene onafgebrokene, drie en der-
tigjarige praktijk in het geographisch-historisch onderwijs in de
hoogere klasse van hoogere inrigtingen van onderwijs gesteund,
om de behoefte der school in 't algemeen en van den gemelden
trap van beschaving in het bijzonder te kennen.
Wat de vorm der voorstelling betreft, zoo heeft de schrij-
ver zich toegelegd om bondige beknoptheid met de meest mo-
gelijke duidelijkheid en eenvoudigheid te verbinden, maar te-
vens het drooge van den dictaten-stijl te vermijden en het boek
zoo in te rigten, dat het ook kan gelezen worden (wat Schouw
insgelijks bij de meeste te vergeefs zocht).
Even als bij de tweede, derde en vierde uitgave, is ook bij
deze vijfde gebruik gemaakt van de uitkomsten der jongste na-
sporingen op het gebied der aardrijkskunde, vooral volgens de